Handleiding

Procedures en administratieve vereisten voor het verkrijgen en/of wijzigen van een toelating voor een gewasbeschermingsmiddel

Een overzicht van documenten over de technische gegevensvereisten voor fysico-chemie, incl. informatie over de mogelijkheid tot extrapolatie van verpakkingsmaterialen, de FAO en WHO-specificaties en het Europese guidance document over de validatie van analytische methoden.

De gegevensvereisten inzake residuen in of op behandelde producten, levensmiddelen en dierenvoeders

Hieronder vindt u de gids met de gegevensvereisten en de uit te voeren risico-evaluaties voor het gedeelte ecotoxicologie.

Deze gids geeft een overzicht van de vereisten voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen inzake verspreiding en gedrag in het milieu.

Gids voor de aanvrager van een toelating voor een gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel (of amateurgebruik)

EU guidance document over de parallelhandel van gewasbeschermingsmiddelen

De gedetailleerde procedure voor de evaluatie van werkzame stoffen met België als Rapporterende lidstaat (RMS) of co-RMS

Het Erkenningscomité publiceert een lijst met veelgestelde vragen (FAQ) met betrekking tot de verplichting om een met gras begroeide bufferzone van 20 m te respecteren ten opzichte van oppervlaktewater voor percelen die worden behandeld met producten op basis van terbuthylazin.

In deze handleiding wordt de procedure voor de aanvraag van een GEP-erkenning en een machtiging voor de invoer en/of het gebruik van proefproducten voor onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden beschreven.

Toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen mogen pas worden verleend, indien mogelijke residuen in plantaardige en dierlijke producten ten gevolge van het aangevraagde gebruik van het gewasbeschermingsmiddel zijn afgedekt door wettelijk vastgelegde maximale residulimieten (EU MRL).

De procedure voor het aanvragen en vaststellen van een EU-MRL (incl. importtolerantie) wordt verduidelijkt in Guidance Document SANTE/2015/10595 dat werd opgesteld door de Europese Commissie.

De indiening en beoordeling van gegevens ter bevestiging van een EU-MRL na de MRL-herziening verloopt volgens min of meer dezelfde procedure zoals de aanvraag tot vaststellen of wijzigen van een EU-MRL (zie hierboven). Bijkomende toelichtingen zijn beschikbaar in Working Document SANTE/E4/VW 10235/2016 dat werd opgesteld door de Europese Commissie.

Bijkomende praktische informatie en specifieke opmerkingen over de implementering van deze procedure in België zijn opgenomen in een apart document (zie pdf hieronder).

Praktische tips voor een correct gebruik en opslag van slakkenkorrels, zonder risico voor uw huisdieren

Checklist en procedure voor de classificatie en etikettering van gewasbeschermingsmiddelen onder de CLP Verordening (Verordening nr 1272/2008) in België

Richtlijnen voor de selectie en toepassing van de veiligheidsaanbevelingen (P-zinnen) voor gewasbeschermingsmiddelen in België (toegepast door het Erkenningscomité vanaf 1/04/2016). Hou er rekening mee dat andere P-zinnen door het Erkenningscomité toegekend kunnen worden indien dit nodig blijkt uit de risico-evaluatie van een product.

Parallelhandel maakt de omloop van toegelaten gewasbeschermingsmiddelen mogelijk binnen de Europese Unie. Een gewasbeschermingsmiddel toegelaten in een andere Europese lidstaat mag zo in België worden verhandeld wanneer het een vergunning voor parallelhandel heeft gekregen. Dit document heeft als doel om de eisen die van toepassing zijn op het in de handel brengen van de parallelinvoer samen te vatten en te verduidelijken.

Algemene en wettelijke kadering met voorbeelden van vermeldingen op borderline producten

Sommige gewasbeschermingsmiddelen zijn toegelaten op de Belgische markt voor één of meerdere gebruiken onder bescherming. In de praktijk worden verschillende types structuren gebruikt om een teelt te beschermen tegen zon, wind, hagel of lage temperatuur. Echter, niet alle structuren bedekken de teelt voldoende om te kunnen spreken van een teelt onder bescherming, zoals vermeld op de toelatingsakte van een gewasbeschermingsmiddel.

Hier kunnen de nationale vereisten per lidstaat geraadpleegd worden.

Naar aanleiding van de publicatie van het Europese richtsnoer betreffende emissies van gewasbeschermingsmiddelen in het milieu bij het toepassen in teelten onder bescherming (SANCO/12184/2014 – rev. 5.1 van 14 juli 2015), heeft het Erkenningscomité voor de bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik bepaald hoe dit richtsnoer zal worden toegepast in België. Voor de aanvrager van een toelating van gewasbeschermingsmiddelen wordt in het onderstaande document toegelicht hoe de risico-evaluatie voor het milieu dient uitgewerkt te worden in het aanvraagdossier.

Het basisrekenblad voor PEC-waarden. Andere rekenbladen (multiple application PEC calculator; first-order multiple application accumulation PEC) zijn te vinden op de website van het Chemicals Regulation Directorate (CRD) van het Verenigd Koninkrijk.

De gids hieronder beschrijft hoe de onze dienst comparative assessment en vervanging van bepaalde werkzame stoffen zal behandelen. Dit is een vereiste voor bepaalde gewasbeschermingsmiddelen onder de EU Verordening 1107/2009. Een aanvraagformulier is voorzien specifiek voor België in bijlage 2 om het indienen van informatie om de procedure van comparative assessment.

Deze gids over de dosisuitdrukking voor verticale teelten bevat alle nodige gegevens om de aanvragers van toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen toe te laten zelf een dosis per hectare haag te berekenen.

De Commissie heeft een gids opgesteld waarin de procedure beschreven wordt en waarin aangegeven wordt  onder welke vorm een dossier ingediend moet worden (formaat van de aanvraag, in te dienen documenten…). Deze gids kan worden geraadpleegd via de volgende link:

In dit document zijn de regels voor de toepassing van de Belgische aanpak beschreven voor de risicobeoordeling voor bijen. Het bevat een overzicht van het volgende:

  1. De studies met bijen (honingbijen, hommels en solitaire bijen) die moeten worden ingediend als onderdeel van een toelatingsdossier voor een gewasbeschermingsmiddel in België
  2. De guidance documenten die moeten worden toegepast bij de risicobeoordeling voor bijen bij de evaluatie van gewasbeschermingsmiddelen in België.

Toelatingen in sierplanten zijn vooral derdenuitbreidingen (door bv. onderzoeksstations), maar toelatingshouders zijn ook uitgenodigd om dergelijke uitbreidingen voor te stellen. Deze gids vat de belangrijke punten samen voor het opmaken van een aanvraag.

Een lijst van teelten die in België als kleine toepassingen worden beschouwd.

Hieronder vindt u een lijst van de instructies voor de her-erkenning van werkzame stoffen onder Verordening (EG) Nr 1107/2009 (zie ook instructies onder Richtlijn 91/414/EEG).

1-MCP - instructies Art. 43 2,4-D - instructies Art. 43 2,4-DB - instructies Art. 43 acetamiprid - instructies Art. 43 acibenzolar-S-methyl - instructies Art. 43 Akanthomyces muscarius strain Ve6 - instructies Art. 43 alpha-cypermethrin - instructies Art. 43 Ampelomyces quisqualis strain AQ10 - instructies Art. 43 bentazon - instructies Art. 43 benzoezuur - instructies Art. 43 carfentrazon-ethyl - instructies Art. 43 Clonostachys rosea strain J1446 - instructies Art. 43 Coniothyrium minitans Strain CON/M/91-08 (DSM 9660) - instructies Art. 43 clopyralid - instructies Art. 43 cyazofamid - instructies Art. 43 cypermethrin - instructies Art. 43 dimethenamid-P - instructies Art. 43 esfenvaleraat - instructies Art. 43 ethofumesaat - instructies Art. 43 etoxazole - instructies Art. 43 fenhexamide - instructies Art. 43 florasulam - instructies Art. 43 flumioxazin - instructies Art. 43 foramsulfuron - instructies Art. 43 ijzerfosfaat - instructies Art. 43 imazamox - instructies Art. 43 iodosulfuron - instructies Art. 43 isoxaflutol - instructies Art. 43 kaliumwaterstofcarbonaat - instructies Art. 43 kiezelgoer - instructies Art. 43 knoflookextract - instructies Art. 43 koperverbindingen - instructies Art. 43 laminarine - instructies Art. 43 lambda-cyhalothrin - instructies Art. 43 mesosulfuron - instructies Art. 43 metalaxyl-M- instructies Art. 43 Metarhizium brunneum strain MA 43 - instructies Art. 43 methoxyfenozide - instructies Art. 43 metsulfuron-methyl - instructues Art. 43 picolinafen - instructies Art. 43 propyzamide - instructies Art. 43 propoxycarbazone - instructies Art. 43 pyraflufen-ethyl - instructies Art. 43 pyriproxyfen - instructies Art. 43 silthiofam - instructies Art. 43 Streptomyces strain K61 - instructies Art. 43 sulfosulfuron - instructies Art. 43 tolclofos-methyl - instructies Art. 43 tribenuron - instructies Art. 43 trifloxystrobine - instructies Art. 43 zoxamide - instructies Art. 43

Nationale Belgische vereisten voor de toelating van een toevoegingsstof voor landbouwkundig gebruik

Nieuwe Europese technische en procedurele richtsnoeren treden in werking. Dit heeft gevolgen voor de aanvragen tot toelating voor gewasbeschermingsmiddelen en de dossiers voor de goedkeuring van werkzame stoffen op Europees niveau. Een overzicht van de recente richtsnoeren met hun datum van inwerkingtreding wordt gegeven in onderstaand document.

Tenzij anders vermeld in het document hieronder, zijn deze richtsnoeren beschikbaar op de website van DG Health and Food Safety.

Bepaalde gewasbeschermingsmiddelen hebben nadelige effecten op niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen/insecten (NTA) en niet-doelwitplanten (NTP) die zich buiten het behandelde veld bevinden. Voor deze producten moeten driftreducerende maatregelen (driftreducerende doppen, bufferzones, ...) worden gebruikt om de drift zoveel als nodig te beperken. Een belangrijke wijziging ten opzichte van de vorige brochure is het feit dat het driftreducerend materiaal voor de bescherming van NTA/NTP moet worden toegepast overheen het volledige perceel en niet enkel op alle randen van het perceel.

Deze lijst bevat de gewasbeschermingsmiddelen die in België toegelaten zijn en die in de biologische landbouw conform bijlage I bij de uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 van de Commissie van 15 juli 2021 betreffende de toelating van bepaalde producten en stoffen voor gebruik in de biologische productie en de opstelling van de lijsten van die producten en stoffen, kunnen worden gebruikt.

Praktische gids voor de professionele gebruiker om het oppervlaktewater te beschermen bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

Deze folder bevat informatie over het volgen van vormingsactiviteiten en de verlenging van uw fytolicentie.

Vakorganisaties, verkooppunten, e.a. kunnen gedrukte folders aanvragen via dit formulier.

Diploma's, getuigschriften en attesten die gelden voor een aanvraag van een fytolicentie.

Algemeen overzicht van de toegelaten activiteiten per fytolicentie.

Begeleidend protocol inzake gegevensverwerking in de zin van artikel 20 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, tussen de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Gewest betreffende de gegevens met betrekking tot de fytolicentie.

Om EU-bemestingsproducten op de markt te kunnen brengen, moet er een conformiteitsbeoordeling worden uitgevoerd. Verordening 2019/1009 voorziet vier types conformiteitsbeoordeling:

  • Interne productiecontrole (module A)
  • EU-typeonderzoek door een derde partij (module B), gevolgd door interne productiecontrole (module C)
  • Kwaliteitsborging van het productieproces met beoordeling en toezicht door een derde partij (module D1)
  • Interne productiecontrole met producttests onder toezicht van een derde partij (module A1)

Voor module A1, module B + C en module D1 moet er een conformiteitsbeoordeling worden uitgevoerd door een conformiteitsbeoordelingsinstantie (de derde partij). De conformiteitsbeoordelingsinstantie is een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals testen, certificering en inspectie.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie die deze taken wenst uit te voeren, moet eerst worden geaccrediteerd door de nationale accreditatie-instantie, BELAC.

Vervolgens moet zij een verzoek om aanmelding indienen bij de dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Deze dienst (de “aanmeldende autoriteit” voor België) zal de conformiteitsbeoordelingsinstantie vervolgens aanmelden bij de Europese Unie. Na deze aanmelding wordt de conformiteitsbeoordelingsinstantie als een "aangemelde instantie" beschouwd en kan zij starten met haar conformiteitsbeoordelingsactiviteiten.

De volledige aanmeldingsprocedure is hier te vinden. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie moet dit document invullen om een verzoek om aanmelding in te dienen bij de dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten.

Het verzoek om aanmelding moet online worden ingediend. Het is raadzaam de toelichtingen te lezen alvorens in te loggen op de applicatie. In de applicatie is de te volgen weg voor het indienen van het verzoek om aanmelding als volgt:

  • Menu
  • Aanvraag voor meststof, bodemverbeterend middel, groeimedium, aanverwant product of slib
  • Certificaat voor een meststof, bodemverbeterend middel, teeltsubstraat of aanverwant product
  • Tab "Aanvraag" > Typeaanduiding = "verzoek om aanmelding”

Om een ontheffing, toelating of certificaat te verkrijgen kan een online aanvraag ingediend worden, vergezeld van een dossier met de nodige informatie over het product. Meer informatie over de verschillende soorten aanvragen en de aan te leveren gegevens vindt u terug op de pagina’s 'Aanvraagprocedure tot ontheffing', 'Zuiveringsslib', ‘Wederzijdse erkenning’ en ‘Certificaten, gecertificeerde kopieën en vertalingen’.

Opgelet: om een volledige aanvraag te kunnen indienen dient u de webbrowser Firefox te gebruiken.

Er is een handleiding beschikbaar over de werking van de applicatie (zie pdf document onderaan). Hieronder vindt u een aantal opmerkingen en formulieren (onderaan te downloaden) die noodzakelijk zijn om te kunnen starten met de applicatie:

  • Om veiligheidsredenen moet elke gebruiker zich registreren voor het eerste gebruik van de applicatie. Het is mogelijk een nieuwe account te creëren via het toegangsscherm van de applicatie.
  • De eerste gebruiker van een onderneming moet vervolgens een toegangsaanvraag indienen per mail bij de dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten aan de hand van het formulier 'aanmaken van een lokale beheerder'. Deze persoon zal aangeduid worden als lokale beheerder binnen zijn bedrijf en kan vervolgens toegang geven tot de applicatie aan collega’s van zijn bedrijf. Het formulier 'wijziging van een lokale beheerder' moet eveneens per mail verstuurd worden indien dit geval zich voordoet.
  • Eenmaal de toegangsrechten verleend zijn kan elke gebruiker ontheffingen/toelatingen aanvragen en reeds afgeleverde ontheffingen/toelatingen beheren.
  • Een bedrijf kan een consultant aanduiden voor het indienen van de aanvragen voor zijn producten. De delegatie gebeurt ofwel via de applicatie ofwel door het versturen per mail van het formulier 'Delegatie naar een consultant' naar onze dienst.

Poster downloaden

Pesticiden kunnen schadelijk zijn voor het milieu én de gezondheid.
Gebruik ze alleen als het echt niet anders kan en ga er voorzichtig mee om!

Het gebruik van pesticiden in de tuin en in en rond het huis kan een risico vormen voor mens, dier en het milieu. Hoewel alle producten, voor ze op de markt komen, onderworpen worden aan een doorgedreven risico-evaluatie, kunnen we de risico’s nooit volledig uitsluiten. Denk daarom twee keer na vóór je een pesticide gebruikt en beschouw dergelijke producten louter als laatste redmiddel.

Bovenal moet de voorkeur worden gegeven aan preventie, observatie en alternatieve bestrijdingsmethoden. Op zoek naar advies over tuinieren zonder pesticiden? U kunt de volgende pagina’s raadplegen:

Als u toch een bestrijdingsmiddel wilt gebruiken, vindt u hieronder de basisregels om het risico voor de gezondheid en het milieu zo veel mogelijk te beperken.

1. Gebruik erkende producten

Alleen producten die in België zijn toegelaten (goedgekeurd), mogen worden gebruikt, voor de doeleinden die op hun etiket zijn vermeld en volgens de daar vermelde gebruiksvoorwaarden. Alle in België toegelaten gewasbeschermingsmiddelen staan vermeld op de website fytoweb.be, die een zoekfunctie heeft per ziekte, plaag of onkruid.

Bovendien mag u als amateurtuinier alleen producten gebruiken die zijn goedgekeurd voor niet-professioneel gebruik. Deze producten, waarvan het toelatingsnummer een "G" (voor "Garden") bevat, mogen in tuincentra en doe-het-zelfzaken worden verkocht.

2. Pas op voor de zogeheten ‘huis-, tuin- en keukenmiddeltjes’ of de middeltjes van tante Kaat

Naast de in de handel verkrijgbare producten kan men ook een beroep doen op basisstoffen. Dit zijn stoffen die niet in de eerste plaats bedoeld zijn voor gewasbescherming, maar waarvan de autoriteiten erkennen dat zij van nut kunnen zijn voor de bescherming van gewassen. Bijvoorbeeld natriumbicarbonaat tegen echte meeldauw op groenten, brandnetelgier tegen bladluizen, azijn (verdund) om zaden of mechanisch gereedschap te ontsmetten, ... De lijst van goedgekeurde basisstoffen en hun gebruiksaanwijzing vindt u op Fytoweb.

Buiten het gebruik van deze goedgekeurde stoffen volgens de goedgekeurde gebruiksaanwijzing moet het gebruik van andere ‘zelfgemaakte’ recepten en ‘huis-, tuin- en keukenmiddeltjes’ worden vermeden (deze zijn zelfs verboden). Onder het onschuldige imago schuilt soms een gevaarlijk mengsel. Zo is het gebruik van bleekwater om onkruid te bestrijden of mos van het terras te verwijderen niet alleen verboden, maar ook zeer risicovol: het veroorzaakt aanzienlijke milieuverontreiniging en houdt ook gezondheidsrisico’s in.

3. Lees altijd zorgvuldig het etiket

Lees vóór gebruik zorgvuldig het etiket van het product en volg alle aanwijzingen voor het gebruik, waaronder:

  • Het dragen van beschermingsmiddelen voor handen, lichaam, ogen …;
  • De opgegeven dosissen;
  • De herbetredingstermijn, d.w.z. de tijd die in acht moet worden genomen alvorens het behandelde gedeelte terug te betreden;
  • De veiligheidstermijn, d.w.z. de periode tussen de laatste behandeling en de oogst van het gewas;
  • Eventuele bufferzones of niet-behandelde zones, d.w.z. stroken land die niet kunnen worden behandeld, ter bescherming van in het water levende organismen, insecten of planten waarop de behandeling niet is gericht.

4. Spuit alleen als het weer gunstig is

  • Niet spuiten wanneer het te winderig is, bijvoorbeeld wanneer u de takjes van bomen en struiken ziet bewegen. De wind kan het product wegblazen of zelfs in uw richting terugblazen ...
  • Niet spuiten als het regent of gaat regenen. De regen zou het product rechtstreeks naar de grond voeren, en het van het gebied af laten lopen.
  • In het algemeen verdient het de voorkeur 's morgens vroeg of 's avonds laat te werken en de warmste uren van de dag te vermijden, tenzij anders vermeld op het etiket van het product.

5. Draag altijd preventief persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Draag beschermende handschoenen die bestand zijn tegen chemicaliën (handschoenen met het pictogram ‘chemisch bestendig’).
  • Vergeet niet uzelf goed te bedekken. Het hele lichaam moet worden beschermd. Laarzen worden aanbevolen, evenals een lange broek en lange mouwen.
  • Voor extra bescherming kunt u ook een veiligheidsbril en een masker met een ademhalingsfilter dragen.

6. Beperk de risico's tijdens het spuiten 

  • Spuit niet in het bijzijn van anderen en wacht lang genoeg alvorens kinderen en huisdieren op de zone te laten die pas werd behandeld;
  • Spuit niet op terreinen die aansluiten op de riolering (trottoirs, terrassen ...) of in de buurt van waterlopen en vijvers;
  • Spuit niet op bloeiende planten, om bijen en vlinders te beschermen.

7. Beperk de risico’s na gebruik van het product

  • Na de behandeling moet de apparatuur worden gereinigd en opgeborgen. Blijf handschoenen dragen tijdens het schoonmaken van materiaal en uitrusting en trek ze pas helemaal op het einde uit, nadat u ze heeft gewassen met zeep.
  • Vergeet niet uw handen en gezicht goed te wassen met water en zeep. Het beste is dat u zo snel mogelijk een volledige douche neemt.

8. Goede opslagpraktijken

Naast een correct gebruik van de producten is ook een correcte bewaring van belang:

  • Pesticiden moet u bewaren in hun goed afgesloten oorspronkelijke verpakking.
  • Buiten bereik van kinderen en huisdieren, en uit de buurt van voedsel.
  • Ideaal is een geventileerde ruimte met een matige temperatuur, om de doeltreffendheid van het product te behouden.
  • Pas ook op voor vocht, waardoor het etiket of de gebruiksaanwijzing onleesbaar kunnen worden.

9. Goede praktijken bij het afvoeren van de producten

De meeste pesticiden kunnen ten minste twee jaar worden bewaard in hun oorspronkelijke gesloten verpakking en onder goede omstandigheden (geen vorst, geen overmatige hitte). Na deze periode moet de houdbaarheidsdatum op de verpakking worden gecontroleerd en moeten vervallen producten zo nodig worden weggegooid.

Uiteraard worden pesticiden niet op eender welke manier verwijderd: restanten van producten en lege verpakkingen moeten naar een containerpark worden gebracht.

Gooi pesticiden in geen geval bij het vuilnis, in de afvoer of in het toilet. Zo houden we onze omgeving gezond!

Bijkomende bronnen voor wie meer wil weten:

Contact

In geval van twijfels over het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel:

  • Contacteer het gratis call center: 0800 62 604, of
  • Contacteer de fabrikant, via het nummer vermeld op het etiket van het product

In geval van ongeval of vergiftiging:

  • Contacteer het Antigifcentrum: 070 245 245

Poster downloaden:

Poster downloaden

Alternatieve aanpak van problemen met “onkruid”

Spontane planten worden vaak als ‘onkruid’ aanzien. Toch hebben ook deze planten heel wat te bieden: ze geven kleur aan de tuin, maar ook beschutting en voedsel voor een hele reeks levende organismen (bijen, lieveheersbeestjes, vlinders, vogels enz.), die nuttig zijn om in de tuin een ecologisch evenwicht te bereiken. Men kan zich eerst en vooral de vraag stellen of het wel nodig is om deze spontane planten te bestrijden?

Daar waar de aanwezigheid van een plant voor u toch een probleem vormt, bestaat er vaak een alternatieve aanpak, waardoor u het gebruik van pesticiden kan vermijden.

Preventieve methoden en een aantal slimme aanpassingen aan het ontwerp van uw tuin kunnen de ontwikkeling van spontane planten sterk beperken of vertragen. Vervolgens zijn er, indien nodig, tal van curatieve methoden om planten te bestrijden die al goed ingeburgerd zijn.

Preventieve bestrijding: beter voorkomen dan genezen!

Mulchen

Bij deze eenvoudige en betrekkelijk goedkope methode wordt mulch aangebracht op kale oppervlakken: tussen planten in bloemperken, aan de voet van heggen of bomen, of op grotere oppervlakken. Mulchen voorkomt de groei van onkruid door het licht te ontnemen. Het helpt ook om de grond vochtig te houden, en zal dus de behoefte aan water beperken.

Er zijn verschillende mogelijkheden, afhankelijk van de situatie en uw budget:

  • Organische mulch: stro, schors, cacaodoppen, grasmaaisel, hooi, versnipperde takken, snippers, vlas-, hennep- of miscanthuskaf (slakkenbestrijdend effect) ...
  • Minerale mulch: leisteen, kleikorrels, puzzolaan, gebroken bakstenen, grind …

Geotextiel

Er zijn biologisch afbreekbare of synthetische dekzeilen en doeken (geotextielweefsels) in de handel om de grond af te dekken, of om te voorkomen dat planten wortelen op een verhard pad of op een oprit in grind.

Geef, als de situatie het toelaat, de voorkeur aan natuurlijke materialen (jute, hennep, kokosdoek enz.) boven niet biologisch afbreekbare zeilen en doeken (plastic en andere synthetische producten) die een grotere impact op het milieu hebben en de bodem kunnen verstikken.

Bodembedekkende planten

Dit zijn lage, betrekkelijk snelgroeiende planten die het vermogen hebben om oppervlakken snel te bedekken en zo het ontstaan van spontane planten te voorkomen. Zij hebben dezelfde voordelen als organische mulch en leveren ook een bijdrage aan de natuur, wanneer er wordt gekozen voor inheemse soorten of soorten die een meerwaarde vormen voor de biodiversiteit.

Voorbeeld van bodembedekkers: kleine maagdenpalm, kruipend zenegroen, gevlekt longkruid, Campanula ...

Beplanting

Beplanting maakt het mogelijk een zone te vergroenen, veeleer dan ze te ‘ontgroenen’ door ongewenste planten weg te halen. Dit beperkt het onderhoud tot maaien of snoeien in plaats van het vaak meer energie-intensieve en tijdrovende wieden.

Zo kunnen verharde paden bijvoorbeeld versmald worden of kunnen ze worden ingezaaid met zaadmengsels die tegen vertrappeling bestand zijn. Dit is ook wat gemeenten doen, door grindpaden op begraafplaatsen te laten begroeien.

Aanvaarden van wilde planten

Vooraleer over te gaan tot een herinrichting of tot onkruidbestrijding, kan men zich ook de vraag stellen of het echt nodig is om tegen spontane flora te vechten. Belemmert de vegetatie de veiligheid (gladde bodem, zichtbaarheid) of de volksgezondheid (allergene pollen, irriterende planten, enz.)? Sommige minder bezochte plaatsen zouden slechts één of twee keer per jaar kunnen worden gemaaid. Laat ons leren samen te leven met wilde planten door onze tolerantie voor en nieuwsgierigheid naar spontane vegetatie te ontwikkelen!

Gedifferentieerd maaien

Het concept ‘gedifferentieerd maaien’ .

Het is ook een gelegenheid om creatief te zijn, door vormen, paden, doolhoven ... uit te denken, die structuur zullen brengen in de tuin, en die kinderen en volwassenen zullen bekoren. Waarom niet kiezen voor artistiek maaien?

Alternatieve curatieve bestrijding

Manueel wieden

Deze methoden vereisen wat handenarbeid, maar zijn zeer effectief, vooral voor kleine, moeilijk te bereiken plaatsen. Andere voordelen: de resultaten zijn onmiddellijk zichtbaar, ze zijn 100% ecologisch, elimineren vaak wortels, vereisen weinig technische kennis, en vermijden de noodzaak om dure apparatuur aan te schaffen.

Voor elke situatie het juiste gereedschap

  1. Voor groene aanslag, mos en gras op het terras
    • Veeg regelmatig met een harde bezem of voegenborstel;
    • Er bestaan ook speciale messen/schraapwerktuigen voor het wieden van de voegen;
    • Als uw terras niet van hout is, maar uit een ander materiaal bestaat (tegels, steen enz.), kunt u het ook schoonmaken met de hogedrukreiniger (krachtige waterstraal).
  2.  Voor paden in grind of dolomiet
    • Om mos en jonge scheuten te bestrijden: harken of schoffelen;
    • Om dieper wortelende planten te bestrijden: afsnijden of uittrekken, met de hand of met gereedschap dat de plant en de wortels kan verwijderen.
  3. Voor borders en moestuin
    • Schoffels, harken, wiedmachines, schrapers enz.

Mechanisch wieden

Mechanisch wieden verwijdert of trekt de bovengrondse delen van planten uit, waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende soorten apparatuur zoals veegmachines of roterende borstels, vaste of roterende eggen of bosmaaiers.

Merk op dat er mechanisch onkruidverdelgingsgereedschap op de markt is (borstels, eggen enz.) dat op de traditionele bosmaaiers kan worden gemonteerd. Deze technieken zijn doeltreffend op betrekkelijk vlakke oppervlakken met weinig obstakels. Zij worden hoofdzakelijk gebruikt op ondoorlaatbare of slecht doorlaatbare oppervlakken (straatstenen, klinkers, platen enz.). Ze vereisen het dragen van passende beschermingsmiddelen, met name ter voorkoming van het risico dat kleine voorwerpen worden opgeworpen (kiezelstenen, glassplinters enz.) en tegen geluidsoverlast (dragen van gehoorbescherming).

Thermische onkruidbestrijding 

Veel mensen kennen de tip om kookwater (van pasta, aardappelen, groenten enz.) over kleine oppervlakten te gieten, om enkele planten te vernietigen. Dit werkt heel goed, maar pas op voor brandwonden.

Voor het thermisch wieden van grotere oppervlakten zijn er apparaten op de markt voor niet-professionele gebruikers:

  • Branders met een directe vlam (aangesloten op een gasfles);
  • Elektrische onkruidverdelgers die zeer hete lucht blazen;
  • Apparaten die verwarmen met infraroodstraling.

In alle gevallen is het doel hetzelfde: de planten een thermische schok bezorgen en hun bovengrondse delen uitdrogen. Een passage van 2 seconden per plant is voldoende. Het is niet nodig te wachten tot de plant volledig verbrand is, want dat zou contraproductief zijn, en bovendien tijd en energie verspillen.

Deze technieken zijn doeltreffend tegen laaggroeiende planten op verharde oppervlakten, zoals opritten met grind. Afhankelijk van het verwachte resultaat zullen echter verschillende beurten per jaar nodig zijn. Er wordt aanbevolen om 5 dagen na de eerste behandeling een tweede thermische behandeling uit te voeren.

Enkele nadelen van thermisch wieden:

  • Het gebruik van deze machines is niet zonder risico, met name wat brandwonden betreft. Het vereist speciale voorzorgsmaatregelen en het gebruik van geschikte beschermingsmiddelen, waaronder geïsoleerde handschoenen (voor het hanteren van verwarmde onderdelen), een aangepaste broek en schoenen.
  • Sommige methoden houden ook een aanzienlijk risico in op het veroorzaken van brand.
  • Sommige werktuigen leiden tot een hoog brandstofverbruik en een hoge CO2-productie.

Curatieve chemische bestrijding

U hebt de preventieve en alternatieve bestrijdingstechnieken uitgeprobeerd, maar niets werkt, en u denkt een onkruidverdelger nodig te hebben om het probleem op te lossen?

Het gebruik van pesticiden in de tuin en in en rond het huis kan een risico vormen voor mens, dier en het milieu. Hoewel alle producten, voor ze op de markt komen, onderworpen worden aan een doorgedreven risico-evaluatie, kunnen we de risico’s nooit volledig uitsluiten. Denk daarom twee keer na vóór je een pesticide gebruikt en beschouw dergelijke producten louter als laatste redmiddel.

Als u besluit een pesticide te gebruiken, volg dan zorgvuldig de instructies op de verpakking en neem de aanbevolen dosering in acht.

Deze pagina geeft enkele basisregels om de risico's bij het gebruik van pesticiden te beperken.

Bijkomende bronnen voor wie meer wil weten:

Poster downloaden:

Poster downloaden

Alternatieve aanpak van problemen met insecten of slakken

Bepaalde insecten en slakken in de tuin kunnen onze zenuwen flink op de proef stellen. We kijken hulpeloos toe hoe onze groenten of bloemen worden aangevallen. In elk geval is er geen reden tot paniek. Bekijk en beoordeel eerst rustig de schade. Het is niet altijd nodig om in te grijpen. De organismen die schadelijk zijn voor de gewassen maken ook deel uit van het ecosysteem, nemen deel aan het opruimen en hergebruiken van organisch materiaal en trekken een hele reeks roofdieren aan die bondgenoten zijn van de tuinier (lieveheersbeestjes, zweefvliegen, vogels, egels...).

Als preventie niet voldoende is en de aantasting een aanvaardbaar niveau overschrijdt, kan de schade worden beperkt zonder dat gewasbeschermingsmiddelen hoeven te worden gebruikt.

Preventieve bestrijding: beter voorkomen dan genezen!

Herstel van het ecologische evenwicht in de tuin

Er hoeft niet te worden ingegrepen als de dieren die de overlast veroorzaken worden gereguleerd door hun natuurlijke vijanden Bied kost en inwoning aan de organismen die je helpen in de tuin. Zorg voor planten die rijk zijn aan stuifmeel en nectar, hagen die voedsel en beschutting bieden, drinkplaatsen en kleine schuilplaatsen voor wilde dieren (van nestkastjes tot stapels takken of stenen).

Diversifiëren van de gewassen

Diversifiëren komt neer op niet al uw eieren in één mandje leggen.

Sommige planten zijn gevoeliger dan andere of trekken specifieke soorten plaagdieren aan. Door de plantensoorten in de tuin af te wisselen wordt globaal de schade beperkt, terwijl tegelijk een zekere productiezekerheid wordt gegarandeerd tegenover de klimatologische risico's, maar ook tegenover ziekten. Mengen van variëteiten of soorten heeft ook het voordeel dat ze een spreiding bieden van gebladerte, bloei en vruchtvorming (.

Planten combineren

Sommige plantencombinaties bieden extra bescherming tegen plagen en ziekten, bijvoorbeeld bepaalde aromatische planten geven etherische oliën en andere insectenwerende stoffen vrij; afrikaantjes (Tagetes) weren tal van insecten af; basilicum werkt als vliegen- en muggenafweermiddel; tijm beschermt koolgewassen, ...

Gewasrotatie

Gewasrotatie/teeltwisseling bestaat erin de teelten van jaar tot jaar af te wisselen om het verschijnen van plagen te vertragen en hun ontwikkeling te belemmeren. Door jaar na jaar hetzelfde gewas op hetzelfde perceel te planten, wordt de verspreiding van plagen en ziekten immers bevorderd en verarmt de bodem.

Alternatieve bestrijding van schadelijke insecten 

Beschermende netten en zeilen

Dit is een gangbare praktijk die op een strikt passieve manier de toegang van schadelijke organismen tot het te beschermen gewas verhindert. Deze methode wordt met name toegepast tegen bladkevers, koolvliegen, nachtvlinders, witjes enz. De netten kunnen rechtstreeks over de te beschermen aanplantingen worden geplaatst (bomen, rijen enz.), of voor gewassen onder beschutting bij de toegangspunten. Er zijn verschillende maaswijdten verkrijgbaar voor verschillende doelorganismen.

Kleurvallen

Het principe bestaat erin insecten naar de vallen te lokken door middel van bepaalde kleuren (geel, blauw, wit of rood, naargelang de voorkeur van de doelsoort), zodat zij geneutraliseerd kunnen worden (gevangen of blijven plakken aan kleverige oppervlakken). Geel trekt bijvoorbeeld witte vliegen en bladluizen aan, terwijl blauw tripsen aantrekt.

Deze vallen maken massavangst mogelijk en worden ook vaak gebruikt als monitoringinstrument voor het opsporen en tellen van insectenpopulaties.

Biologische bestrijding

Bij biologische bestrijding gebruiken we levende organismen (nuttige organismen genoemd) om de populatiedichtheid van een organisme, dat we als schadelijk aanzien, te verminderen of te beheersen.

Ideaal is om de nuttige organismen (lieveheersbeestjes, loopkevers, vogels ...) die van nature in de tuin aanwezig zijn, te versterken door ze beschutting en voedsel te bieden.

Daarnaast zijn er ook biologische bestrijdingsorganismen in de handel: predatoren (bv. larven van lieveheersbeestje), parasieten (bv. sluipwespen) en parasitoïden (bv. trichogrammawespen).

Alternatieve bestrijding van slakken

  • Bewerk de bovenste grondlaag om ze los te maken en vrij van scheuren, om het leggen van eieren te verstoren en zo de slakkenpopulatie te verminderen.
  • Plant slakkenwerende planten, zoals knoflook en uien, in de buurt van gevoelige planten zoals sla.
  • Naaktslakken verplaatsen zich 's nachts op vochtige substraten. Geef dus bij voorkeur ’s morgens water, beperk de frequentie van het water geven zoveel mogelijk en giet bij voorkeur aan de voet van de planten.
  • Hou compost en rottende planten uit de buurt van de moestuin of van gevoelige planten, want die trekken slakken aan.
  • Plaats fysieke barrières:
    • Koop of bouw een omheining met een kraag/krul (gebogen rand waar de slakken niet over kunnen). Dit type barrière kan rond volledige percelen of rond bijzonder gevoelige planten worden geplaatst.
    • Breng een koperen strip aan rond potten en plantenbakken om slakken te ontmoedigen.
  • Vang en verwijder naaktslakken:
    • Lok naaktslakken onder valse schuilplaatsen: planken, tegels, nat karton enz., waaronder de naaktslakken zich overdag zullen verstoppen. U kunt ze dan gemakkelijk vangen, verplaatsen of elimineren.
    • Plaats een bierval, aangekocht of zelf gemaakt. De val moet regelmatig worden leeggemaakt en de lokstof ververst. Bier is zeer aantrekkelijk voor slakken, dus u kan het best verdunnen om niet alle slakken uit de buurt aan te trekken. Het is ook het beste om deze val buiten de moestuin te plaatsen om de slakken weg te houden van uw gewassen. Tot slot, om te vermijden dat schade wordt berokkend aan egels en loopkevers (roofinsecten) die zich met naaktslakken voeden, moet de val worden voorzien van een doorboord deksel en een systeem tegen verdrinking.
  • ‘s Avonds of in een natte periode kunnen de slakken ook met de hand worden verzameld, zonder val.
  • Schakel over op biologische bestrijding:
    • Aaltjes/nematoden, minuscule wormpjes die parasiteren op naaktslakken, zijn in de handel verkrijgbaar. Ze worden verdund in water en vervolgens verspreid met de gieter.
    • Als u de mogelijkheid hebt, kunt u ook Indische loopeenden houden. Deze eten veel slakken en zijn niet geïnteresseerd in uw gewassen.

Curatieve chemische bestrijding

U hebt de preventieve en alternatieve bestrijdingstechnieken uitgeprobeerd, maar niets werkt, en u denkt een insecticide of molluscicide (slakkenbestrijdingsmiddel) nodig te hebben om het probleem op te lossen?

Het gebruik van pesticiden in de tuin en in en rond het huis kan een risico vormen voor mens, dier en het milieu. Hoewel alle producten, voor ze op de markt komen, onderworpen worden aan een doorgedreven risico-evaluatie, kunnen we de risico’s nooit volledig uitsluiten. Denk daarom twee keer na vóór je een pesticide gebruikt en beschouw dergelijke producten louter als laatste redmiddel.

Als u besluit een pesticide te gebruiken, volg dan zorgvuldig de instructies op de verpakking en neem de aanbevolen dosering in acht.

Deze pagina geeft enkele basisregels om de risico's bij het gebruik van pesticiden te beperken.

Bijkomende bronnen voor wie meer wil weten:

Poster downloaden:

Poster downloaden

Alternatieve aanpak van ziekteproblemen

Bruine of witachtige vlekken op de bladeren? Dode delen of rottend fruit? Uw planten kunnen aangetast zijn door ziekten. Deze schade wordt veroorzaakt door microscopische schimmels, bepaalde zogenaamde ‘fytopathogene’ bacteriën, virussen of aaltjes (nematoden). Helaas is het niet altijd gemakkelijk om de ziekte in kwestie precies te identificeren. In sommige gevallen kan men het best deskundigen op het gebied van plantenziekten raadplegen, die passende beheersmethoden kunnen aanbevelen.

Gelukkig zijn er ook generieke methoden om de ontwikkeling van ziekten te voorkomen en de schade te beperken, zonder gebruik van pesticiden!

Preventieve bestrijding: beter voorkomen dan genezen!

De juiste plant op de juiste plaats

De keuze van de plantenvariëteiten moet idealiter worden bepaald aan de hand van de groeiomstandigheden, zoals zonneschijn, vochtigheidsgraad, het temperatuurverschil dag/nacht tijdens de vegetatieve cyclus en het bodemtype (pH, textuur, structuur, ...). Een plant die groeit in de omstandigheden die ze prettig vindt, zal namelijk veel beter bestand zijn tegen ziekten. Sommige variëteiten zijn ook sterker, resistenter dan andere.

Ook de op de zaadverpakkingen aangegeven zaaivoorwaarden (periode, temperatuur, klimatologische omstandigheden) moeten in acht worden genomen.

Doordacht water geven

Te weinig of te veel water verzwakt de planten. Het is aan te bevelen om 's morgens vroeg of 's avonds laat water te geven en gericht grote hoeveelheden toe te dienen in plaats van voortdurend kleine hoeveelheden: op die manier wordt het substraat over een grotere diepte bevochtigd en worden de planten gestimuleerd om dieper te wortelen. Een continu te nat substraat bevordert de ontwikkeling van schimmelziekten.

Vermijd bij het water geven ook het besproeien van de bladeren: dit kan leiden tot verbranding en verhoogt het risico op de ontwikkeling van ziekteverwekkende schimmels.

Doordacht bemesten

Verkeerde bemesting is schadelijk voor de planten. Te veel stikstofbemesting kan bijvoorbeeld leiden tot verbranding of tot te snel groeiende planten, waardoor ze vatbaarder worden voor ziekten. Om gedurende de hele levenscyclus van de planten een goed evenwicht van mineralen en sporenelementen te handhaven, kan het nuttig zijn bodemanalyses uit te voeren.

Diversifiëren van de beplanting

Diversiteit in de tuin brengen betekent niet alle eieren in één mandje leggen. Monocultuur is nooit goed, noch in de landbouw, noch in de tuin. Als dan immers een ziekte opduikt, kan ze zich snel verspreiden en zo kunt u alles verliezen. Als u uw aanplantingen echter diversifieert, zal het mogelijke verlies van enkele planten aanvaardbaar zijn, en misschien zelfs onopgemerkt blijven. Ook het uit elkaar plaatsen van ziektegevoelige planten kan besmetting beperken.

Gewasrotatie in de moestuin

Door jaar na jaar hetzelfde gewas op hetzelfde perceel te planten, wordt de verspreiding van plagen en ziekten in de hand gewerkt en raakt de bodem uitgeput.

Gewasrotatie/teeltwisseling betekent dat op hetzelfde stuk grond de teelten van jaar tot jaar worden afgewisseld, om de verspreiding van plagen te voorkomen.

Doordacht snoeien

Snoeien en struiken kan beschadigingen en verwondingen veroorzaken die uitstekende toegangspoorten zijn voor ziekten en plaagdieren. Te sterk snoeien moet daarom worden vermeden, ook omdat het de planten, die dan veel energie moeten besteden aan wondgenezing, kan verzwakken. Bovendien mag niet uit het oog worden verloren dat slecht onderhouden of verontreinigd snoeigereedschap een belangrijke vector is voor de verspreiding van ziekten. Daarom moet u uw gereedschap altijd ontsmetten (met waterstofperoxide, 70° alcohol of azijn).

Alternatieve curatieve bestrijding

  • Vernietig de aangetaste plantendelen en ontsmet daarna het snijgereedschap, zodat de ziekte niet verder wordt verspreid.
  • Verzamel al het afval van zieke planten (takken, bladeren, vruchten, bloemen) in vuilniszakken om het weg te gooien. Het afval mag niet blijven liggen of gecomposteerd worden, om de tuin het volgende jaar niet te besmetten.
  • Natriumwaterstofcarbonaat is officieel erkend als methode voor de bestrijding van echte meeldauw op groenten, na verdunning in water en via bladbespuiting, zoals in deze fiche wordt aanbevolen.

Curatieve chemische bestrijding

U hebt de preventieve en alternatieve bestrijdingstechnieken uitgeprobeerd, maar niets werkt, en u denkt een fungicide nodig te hebben om het probleem op te lossen?

Het gebruik van pesticiden in de tuin en in en rond het huis kan een risico vormen voor mens, dier en het milieu. Hoewel alle producten, voor ze op de markt komen, onderworpen worden aan een doorgedreven risico-evaluatie, kunnen we de risico’s nooit volledig uitsluiten. Denk daarom twee keer na vóór je een pesticide gebruikt en beschouw dergelijke producten louter als laatste redmiddel.

Als u besluit een pesticide te gebruiken, volg dan zorgvuldig de instructies op de verpakking en neem de aanbevolen dosering in acht.

Deze pagina geeft enkele basisregels om de risico's bij het gebruik van pesticiden te beperken.

Bijkomende bronnen voor wie meer wil weten:

Poster downloaden: