Ongewenste planten en mos 

Ongewenste planten en mos

Preventieve methoden en een aantal slimme aanpassingen aan het ontwerp van je tuin kunnen de ontwikkeling van spontane planten sterk beperken of vertragen.

Daar waar er toch ongewenste planten zijn doorgekomen, kunnen de volgende curatieve methoden een milieuvriendelijke oplossing bieden:

Duurzaam tuinontwerp

Denk bij het ontwerpen van je tuin reeds goed na over het onderhoud. Door een goed doordachte keuze van verhardingen, plantencombinaties en -dichtheden kan je de groei van ongewenste planten sterk beperken. Een tuinarchitect of -aannemer kan je hier indien nodig bij helpen.

Mulchen

Mulchen voorkomt de groei van onkruid door het licht te ontnemen: je brengt een afdeklaagje aan op kale oppervlakken tussen planten in bloemperken of aan de voet van hagen en bomen. Deze techniek heeft als bijkomend voordeel dat de grond onder de mulch vochtig blijft, zodat je minder water hoeft te geven in droge periodes.

Mulchen is mogelijk met verschillende materialen:

  • Organische mulch: stro, schors, cacaodoppen, grasmaaisel, hooi, versnipperde takken, snippers, vlas-, hennep- of miscanthuskaf (ook slakkenbestrijdend effect),...
  • Minerale mulch: leisteen, kleikorrels, puzzolaan, gebroken bakstenen, grind,…

Worteldoek

Er zijn verschillende types dekzeilen en worteldoeken (geotextielweefsels) in de handel waarmee je de bodem kan afdekken of kan voorkomen dat planten wortelen op een verhard pad of op een oprit in grind. Geef, als de situatie het toelaat, de voorkeur aan natuurlijke materialen (jute, hennep, kokosdoek,…) boven zeilen en doeken die niet biologisch afbreekbaar zijn (plastic en andere synthetische producten).

Bodembedekkende beplanting

Bodembedekkers zijn lage, eerder snelgroeiende planten die het vermogen hebben om oppervlakken snel te bedekken en zo het ontstaan van spontane planten te voorkomen. Zij hebben dezelfde voordelen als organische mulch en leveren naast hun esthetische meerwaarde ook een bijdrage aan de natuur, in het bijzonder wanneer je kiest voor inheemse soorten of soorten die een meerwaarde vormen voor de biodiversiteit.

Voorbeelden van bodembedekkers zijn kleine maagdenpalm, kruipend zenegroen, gevlekt longkruid, Campanula,...

Verharding beperken en vergroenen

Het wieden van verharde paden kan een tijdrovend werkje zijn. Een pad dat minder intensief gebruikt wordt, kan je misschien versmallen om het onderhoud te beperken? Een grindpad kan je eventueel laten begroeien met lage planten die tegen vertrappeling bestand zijn. Hiervoor zijn speciale zaadmengsels in de handel. Op die manier zal je de zone vergroenen, veeleer dan telkens opnieuw de strijd aan te gaan met ongewenste planten. Dit beperkt het onderhoud tot maaien of snoeien in plaats van het vaak meer arbeidsintensieve wieden.

Spontane plantengroei aanvaarden

Spontane planten worden vaak als ‘onkruid’ aanzien. Toch hebben ook deze planten heel wat te bieden: ze geven kleur aan de tuin, maar ook beschutting en voedsel voor een hele reeks levende organismen (bijen, lieveheersbeestjes, vlinders, vogels,…). Zo helpen ze mee om in de tuin een ecologisch evenwicht te bereiken.

Vooraleer over te gaan tot een herinrichting of tot onkruidbestrijding, kan je je ook de vraag stellen of het echt nodig is om tegen spontane flora te vechten. Belemmert de vegetatie de veiligheid (gladde bodem, zichtbaarheid) of kan ze gezondheidsklachten veroorzaken (allergene pollen, irriterende planten,..)? Gaat het om invasieve of woekerende planten die de ontwikkeling van andere planten belemmeren? Dan is het nodig ze in te perken of volledig te verwijderen. In andere gevallen volstaat misschien één of twee keer per jaar maaien of snoeien om de situatie onder controle te houden.

Gedifferentieerd maaien

Gedifferentieerd maaien betekent dat je variatie brengt in de maaifrequentie en het maaigebied: de minder gebruikte zones van je tuin zal je minder vaak maaien, terwijl je de meer gebruikte zones vaker maait zodat ze toegankelijk blijven. Ook kronkelend of in stappen maaien, waarbij telkens andere stroken gemaaid worden, is mogelijk. Door steeds enkele zones niet te maaien, blijven er telkens ergens bloemen beschikbaar voor de bestuivers. Op die manier breng je meer biodiversiteit in je tuin en hoef je geen onkruid te wieden.

Verticuteren tegen mos in het gazon

Mos in het gazon kan je bestrijden door regelmatig te verticuteren en het gras niet te kort te maaien (minimaal 5 cm).
Een zure bodem bevordert de groei van mos. Zorg voor een aangepaste bemesting en bekalking om optimale omstandigheden te creëren voor de groei van het gazon.

Een zone met veel schaduw en een natte bodem is doorgaans niet geschikt voor een gazon, waardoor het mos daar gemakkelijker de overhand krijgt. In die zone zou je het gazon kunnen vervangen door een schaduwminnende bodembedekkende beplanting.

Manueel wieden

Als je bereid bent de handen uit de mouwen te steken, blijft manueel wieden een zeer effectieve en duurzame methode. Het resultaat is onmiddellijk zichtbaar, het gereedschap is goedkoop en er is weinig technische kennis vereist. Verwijder de ongewenste planten waar mogelijk met wortel en al, en wied zoveel mogelijk voordat de planten zaden hebben gevormd. Zo voorkom je hun verdere verspreiding.

Kies voor elke situatie het juiste gereedschap:

  1. Voor groene aanslag, mos en gras op het terras
    • Veeg regelmatig met een harde bezem of voegenborstel
    • Er bestaan ook speciale messen/schraapwerktuigen voor het wieden van de voegen
    • Maak je terras schoon met een hogedrukreiniger (enkel als het materiaal waaruit het terras gemaakt is tegen zo’n krachtige waterstraal bestand is)
  2. Voor paden in grind of dolomiet
    • Hark of schoffel om mos en jonge scheuten te bestrijden
    • Dieper wortelende planten kan je afsnijden of uittrekken met wortel en al, met de hand of met gereedschap
  3. Voor borders en moestuin
    • Hier kan je gebruikmaken van een schoffel, hak, krabber, … met korte of lange steel naargelang je persoonlijke voorkeur

Mechanisch wieden

Verschillende soorten apparatuur zoals veegmachines of roterende borstels, vaste of roterende eggen of bosmaaiers zijn bedoeld om de ongewenste planten mechanisch te verwijderen of te maaien. Er is ook mechanisch onkruidverdelgingsgereedschap in de handel dat op een bosmaaier kan worden gemonteerd (borstels, eggen,…).

Deze technieken zijn doeltreffend op betrekkelijk vlakke oppervlakken met weinig obstakels. Zij worden hoofdzakelijk gebruikt op ondoorlaatbare of slecht doorlaatbare oppervlakken (straatstenen, klinkers,…). Passende beschermingsmiddelen zijn noodzakelijk, zoals gehoorbescherming en een veiligheidsbril om je ogen te beschermen tegen kleine voorwerpen die worden opgeworpen (kiezelstenen, glassplinters,...).

Thermisch wieden

Veel mensen kennen de tip om kookwater (van pasta, aardappelen, groenten enz.) over kleine oppervlakten te gieten, om enkele planten te vernietigen. Dit werkt heel goed, maar pas op voor brandwonden.

Voor het thermisch wieden van grotere oppervlakten zijn er apparaten voor niet-professionele gebruikers in de handel:

  • Branders met een directe vlam (aangesloten op een gasfles)
  • Elektrische onkruidverdelgers die zeer hete lucht blazen
  • Apparaten die verwarmen met infraroodstraling

In alle gevallen is het doel hetzelfde: de planten een thermische schok bezorgen en hun bovengrondse delen uitdrogen. Een passage van 2 seconden per plant is voldoende. Het is niet nodig te wachten tot de plant volledig verbrand is.

Deze technieken zijn doeltreffend tegen laaggroeiende planten op verharde oppervlakten, zoals opritten met grind. In veel gevallen zullen er verschillende beurten per jaar nodig zijn. Er wordt aanbevolen om 5 dagen na de eerste behandeling een tweede thermische behandeling uit te voeren.

Maar let op, thermisch wieden is niet zonder risico:

  • Neem de nodige voorzorgsmaatregelen om brandwonden te voorkomen: draag geïsoleerde handschoenen (voor het hanteren van verwarmde onderdelen), een aangepaste broek en schoenen.
  • Zorg ervoor dat je geen brand veroorzaakt. Gebruik deze techniek nooit in periodes van droogte. Hou rekening met de windkracht en -richting en hou voldoende afstand van struiken, gras, bladeren, tuinhuis, garage, ventilatieopeningen,…
  • Hou steeds blusmiddel bij de hand (emmers water, tuinslang).
  • Wees niet enkel tijdens het thermisch wieden zelf, maar ook in de uren erna waakzaam voor brand.
  • Let bij aankoop van een toestel ook op het verbruik en de uitstoot: sommige apparaten hebben een hoog brandstofverbruik en een hoge CO2-productie.

Lees meer over duurzame oplossingen voor je tuin.