Blootstelling gelinkt aan het niet-professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

Dit is een analyse van de oproepen aan het Antigifcentrum: resultaten toxicovigilantie 2019-2022.

Laatste update: 24/06/2024

Blootstellingswegen en oorzaken van blootstelling

Uit de toxicovigilantiestudie blijkt dat huidcontact de belangrijkste blootstellingsweg is bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door niet-professionele gebruikers, gevolgd door contact met de mond en in mindere mate inhalatie en contact met de ogen. De voornaamste oorzaken zijn technische problemen (lekken, problemen met de aanvoerleiding van een rugsproeier), contact met spuitnevels (meestal door een windvlaag, soms door het vooroverbuigen bij gebruik van een handsproeier), rechtstreeks contact met het gewasbeschermingsmiddel en manipulatie van de verpakking (vooral bij overgieten in andere containers, soms door de verpakking te laten vallen of bij het maken van de verdunning).

Bij derden (personen die zelf niet met het gewasbeschermingsmiddel hebben gewerkt, zoals kinderen of buren) is contact met de mond de belangrijkste blootstellingsweg, vooral bij jonge kinderen. Daarnaast wordt regelmatig ook huidcontact en inhalatie gemeld. Hier zijn de meest vermelde oorzaken speelgedrag (kind raapt slakkenkorrels op na toepassing, onveilige opbergplaats, onbeheerd achterlaten van product of spuittoestel), spuitnevel (door wind, personen aanwezig in de tuin) en manipulatie van de verpakking (product overgegoten in een andere fles, verpakking niet correct afgesloten).

Ernst van de symptomen

Zowel bij de niet-professionele gebruikers als bij derden werden tijdens de oproepen voornamelijk geen of milde symptomen beschreven. In ongeveer 3 op de 10 gevallen waren er matige tot ernstige symptomen bij de eerste oproep. Op het moment van de telefonische opvolging (doorgaans enkele dagen tot één week na de eerste oproep) waren de meeste symptomen al milder of volledig verdwenen.

Eén persoon vertoonde ernstige symptomen na het mengen van een herbicide op basis van glyfosaat met bleekwater (javel). Tijdens het mengen ontstond er een chemische reactie waardoor het mengsel zowel op de huid als in de ogen belandde, met brandwonden en oogirritatie tot gevolg. Het herstel duurde 4 weken.
Sommige oproepen konden niet worden opgevolgd omdat de betrokkene niet telefonisch bereikbaar bleek.

Ernst van de symptomen bij niet-professionelen (totaal 2020-2022)

Ernst van de symptomen bij derden gelinkt aan een toepasing door niet-professionelen (totaal 2020-2022)
Graad van ernst:
0 = geen symptomen, geen doorverwijzing
1 = milde symptomen (bijv. duizeligheid, jeuk) en/of conditionele doorverwijzing huisarts/specialist
2 = matige symptomen en/of (conditionele) doorverwijzing naar huisarts/specialist
3 = ernstige symptomen (bijv. tweedegraads brandwonden) en/of rechtstreekse doorverwijzing naar ziekenhuis/oogarts
 

Werkzame stoffen

De werkzame stoffen waaraan niet-professionele gebruikers werden blootgesteld zijn divers. Het gebruik van pelargonzuur is verantwoordelijk voor 19 % van de slachtoffers. Deze werkzame stof, aanwezig in herbiciden (onkruidbestrijdingsmiddelen) die worden aangeboden als alternatief voor middelen op basis van glyfosaat, dient dus ook met de nodige voorzichtigheid te worden gebruikt om contact met de huid of de ogen (ook via kleding) te vermijden.

Glyfosaat is verantwoordelijk voor 16 % van de slachtoffers. Hoewel producten op basis van glyfosaat sinds eind 2018 niet meer toegelaten zijn voor niet-professioneel gebruik, bleef dit percentage constant in de periode 2019-2022.

Niet-toegelaten gebruik

Het valt op dat een aanzienlijk deel van de blootstellingen van niet-professionele gebruikers gelinkt wordt aan het gebruik van producten die niet of niet meer zijn toegelaten:

  • In gemiddeld 25 % van de gevallen gaat het om gebruik van gewasbeschermingsmiddelen na de einddatum van hun toelating, zoals bijvoorbeeld het opgebruiken van producten op basis van glyfosaat, die in België sinds eind 2018 verboden zijn voor niet-professionele gebruikers.
  • Gemiddeld is er in 13 % van de gevallen sprake van een ander ongeoorloofd gebruik: ofwel van producten die enkel toegelaten zijn voor professioneel gebruik ofwel van producten afkomstig uit het buitenland die niet toegelaten zijn in België.

Bij derden is gemiddeld 18 % van de gevallen gelinkt aan een gebruik van een gewasbeschermingsmiddel na de einddatum van de toelating. Slechts in enkele gevallen is de blootstelling gelinkt aan een ander ongeoorloofd gebruik. Vermoedelijk liggen deze percentages in realiteit hoger, omdat er bij blootstelling van derden vaak minder gegevens zijn (bijvoorbeeld derden weten vaak niet met welk middel ze in contact kwamen).

Blootstelling van niet-professionele gebruikers gelinkt aan niet-toegelaten gebruiken

Blootstelling van derden gelinkt aan niet-toegelaten gebruiken

Aandachtspunt: bleekwater (javel) is geen toegelaten gewasbeschermingsmiddel!

Het gebruik van bleekwater om onkruid te bestrijden of mos van het terras te verwijderen is niet alleen verboden, maar ook risicovol: het verontreinigt het milieu en houdt gezondheidsrisico’s in.

Een terugkerend fenomeen is het mengen van bleekwater (hypochloriet, javel) met andere producten zoals azijn. Deze praktijk is absoluut te vermijden, omdat er schadelijke chloordampen kunnen vrijkomen door het mengen van deze producten. Het Antigifcentrum ontvangt regelmatig oproepen over het inademen van chloordampen en over huid- of oogcontact.

Lees hier onze tips voor tuiniers om blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen te vermijden.

Terug naar het overzicht