Charter voor aanpak overschrijdingen toetsingswaarden gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater in België

In België worden er in het oppervlaktewater werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen aangetroffen in concentraties die de milieukwaliteits-toetsingswaarden overschrijden. Om te voldoen aan de opgaven van de Kaderrichtlijn Water 2000/60/EG dienen deze concentraties te worden teruggebracht beneden de vastgestelde toetsingswaarden. De intentie van de overheden en de gewasbeschermingsmiddelenindustrie is om hier gezamenlijk aan te werken door Emissiereductieplannen (ERP) op te stellen voor geïdentificeerde probleemstoffen.

Voor werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen waar er een verband tussen overschrijding van de toetsingswaarde en de toepassing als gewasbeschermingsmiddel vermoed wordt, stelt de toelatingshouder (die zowel toelatingshouder als vergunningshouder kan zijn) een Emissiereductieplan op en betrekt daar de relevante partijen bij. In het ERP worden er, na grondige analyse van de emissieroutes, waar nodig maatregelen voorgesteld om de emissie te reduceren. Deze maatregelen kunnen gericht zijn op het nemen van gebruiksmaatregelen, het uitvoeren van initiatieven om naleving en gedrag bij de toepasser te verbeteren of het aanscherpen van de toelating.

Download charter (pdf)

Bestaande emissiereductieplannen

Voor de volgende werkzame stoffen hebben de toelatingshouders een emissiereductieplan uitgewerkt:

Toetsingswaarden

Om een overschrijding van een toetsingswaarde vast te stellen, wordt de gemeten concentratie in oppervlaktewater  vergeleken met een vastgelegde milieukwaliteits-toetsingswaarde.

Voor prioritaire stoffen zijn er door de Europese Unie normen vastgelegd (Dochterrichtlijn 2013/39/EG). De gewestelijke overheid is gehouden toe te zien op de status van het oppervlaktewater met betrekking tot deze stoffen en daarover te rapporteren aan de EU. Bij het niet voldoen aan deze  normen kunnen maatregelen worden uitgevaardigd. Verordening 1107/2009/EG geeft voor deze prioritaire stoffen de mogelijkheid in te grijpen in de toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen.

De stroomgebied relevante stoffen worden op basis van hun toxiciteit voor het waterleven en het voorkomen in het oppervlaktewater door de gewestelijke overheden gedefinieerd. Voor deze stoffen wordt op basis van het Technical Guidance Document voor de afleiding van Environmental Quality Standards (EQS) (Guidance Document N°27) een ecotoxicologische toetsingswaarde vastgelegd. De overheden binnen de Werkgroep Pesticiden consulteren daarbij bij voorkeur bij aanvang van dit proces de toelatingshouders van producten met de betreffende stof in de werkgroep ERP (WERP); beiden houden hierbij rekening met het beschikbare datapakket (publiek en toelatingsgerelateerd). Het afgestemde voorstel wordt vastgelegd in de WERP en geformaliseerd in de werkgroep Normen van de Stuurgroep Water. Deze geharmoniseerde toetsingswaarde wordt door de gewesten betrokken bij de uitvoering van hun beleid. Indien overschrijdingen van de milieukwaliteit-toetsingswaarde van stroomgebied relevante stoffen worden vastgesteld, kunnen de gewestelijke overheden maatregelen betreffende de toepassing in (delen van) hun regio opleggen. Ingrijpen in de toelating is conform Verordening 1107/2009/EG niet mogelijk. Voorliggend charter is opgesteld met als doel een emissiereductie te bevorderen en te bewerkstelligen.

Selectie van stoffen

Uitgangspunt bij de aanpak van overschrijdingen van toetsingswaarden van gewasbeschermingsmiddelen is dat de stoffen met de hoogste prioriteit het eerst worden geselecteerd. Gezien hun status komen de prioritaire stoffen uit Dochterrichtlijn 2013/39/EG daarvoor in aanmerking. Naast de prioritaire stoffen komen de stroomgebied relevante stoffen met de meeste of hoogste overschrijdingen in aanmerking voor selectie. Het gaat in dit geval dus enkel om stoffen die reeds door de gewestelijke overheden gemonitord worden. De basis hiervoor zijn de beschikbare en met de industrie gedeelde monitoringsgegevens. Daarbij wordt ernaar gestreefd de gegevens binnen 6 maanden na afloop van een meetjaar beschikbaar te hebben.  Deze dataset moet consistent en betrouwbaar zijn over een relevante tijdsperiode, bij voorkeur over een periode van minimaal 3 (liefst opeenvolgende) jaren. Voor een 3de categorie van stoffen die vaak de  voorlopige PNEC overschrijden, dienen eerst de toetsingswaarden te worden vastgelegd, waarna de toetsingswaarde-overschrijdende situatie opnieuw wordt beoordeeld. Wanneer de overschrijdingen van de toetsingswaarden frequent of hoog genoeg blijven, is een dergelijke stof een potentiële kandidaat voor selectie. Een herziening van bestaande/gepubliceerde toetsingswaarden kan gevraagd worden door de toelatingshouders indien er nieuwe informatie beschikbaar is.

In de WERP onder  de Werkgroep Pesticiden, waarvan ook een vertegenwoordiging van Belplant deel uit maakt, worden de stoffen geselecteerd waarvoor een emissiereductieplan naar het oppervlaktewater dient opgesteld te worden door de industrie. Bij deze selectie worden onder andere ook de locatie(s), graad van overschrijding, frequentie, geschiedenis van de toelating en voor zover bekend, het verdedigen van de goedkeuring van die stof in de toekomst in rekening genomen.
Wanneer er gestart is met de uitvoering van het ERP wordt er jaarlijks in de WERP over de voortgang gerapporteerd.

Er worden 2 kwartalen voorzien om voor de betrokken stoffen een overeenkomst te bekomen met betrekking tot de toetsingswaarden. Indien dit niet wordt gehaald, wordt er verder gewerkt met 1 of meerdere reservestoffen, waarvoor ook meteen een toetsingswaarde wordt bepaald. Het jaar erna kunnen de afvallers dan weer meegenomen worden, indien relevant.

Een eventuele nieuwe selectie van stoffen kan plaatsvinden nadat de emissiereductieplannen van de vorige ronde door de industrie binnen 1 jaar zijn opgesteld en ter kennisgeving aan de WERP zijn toegezonden. Per ronde wordt er jaarlijks gestreefd naar de selectie van 3 stoffen. Er wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling over de toelatingshouders.

Emissiereductieplan

Maatregelen voor een vermindering van de emissie kunnen pas worden opgesteld na een grondige analyse van de emissieroutes. Bij de analyse door de industrie kunnen de federale en gewestelijke overheden/experten betrokken worden (verkrijgen monitoringgegevens, inschatting haalbaarheid gewestelijke maatregelen,…). Op basis van de analyse worden maatregelen in het plan voorgesteld door de betrokken toelatingshouders. Deze maatregelen kunnen gericht zijn op het nemen van gebruiksmaatregelen, het uitvoeren van initiatieven om naleving en gedrag bij de toepasser te verbeteren, of het aanscherpen van de toelating. Het emissiereductieplan wordt vervolgens toegelicht in de WERP.

Om draagvlak te creëren bij de toepassers van de producten (landbouwers, distributie en voorlichting) worden ook zij betrokken bij het definiëren van de maatregelen.

Het emissiereductieplan wordt door de toelatingshouders binnen een jaar opgeleverd waarna er via relevante mediakanalen aandacht gevraagd wordt voor de maatregelen die in dit plan worden beschreven.

Na invoering van het plan wordt de invloed van de maatregelen op de waterkwaliteit gevolgd via watermonitoring door de gewesten. Wanneer een consistente en betrouwbare dataset over een relevante tijdsperiode beschikbaar is, zal een evaluatie door de industrie worden opgesteld en toegelicht in de WERP.

Indien nodig kan een aanpassing van het Emissiereductieplan met bijkomende maatregelen voorgesteld worden.

Definities

  • Norm: grenswaarde voor de concentratie van een werkzame stof van een gewasbeschermingsmiddel in het oppervlaktewater zoals in de wetgeving is vastgelegd.
  • Toetsingswaarde: grenswaarde voor de concentratie van een werkzame stof van een gewasbeschermingsmiddel in het oppervlaktewater, afgeleid volgens het Technical Guidance Document voor de afleiding van Environmental Quality Standards (EQS) (Guidance Document N°27) en nog niet in de wetgeving opgenomen en vastgesteld in de werkgroep Normen van de Stuurgroep Water.
  • PNEC: “Predicted No-Effect Concentration”, voorlopige grenswaarde voor de concentratie van een werkzame stof van een gewasbeschermingsmiddel in het oppervlaktewater.
  • ERP: emissie reductieplan opgesteld door de toelatinghouders, bevattende een analyse van de overschrijdingen van de waterkwaliteitswaarden en daarop gebaseerde maatregelen met het doel emissies van een gewasbeschermingsmiddel in te perken om grenswaarde overschrijdingen tegen te gaan
  • WERP: werkgroep bestaande uit federale en gewestelijke overheden en vertegenwoordigers van de toelatingshouders met als opgave het opstellen van emissie reductieplannen te begeleiden.
  • Werkgroep Pesticiden: werkgroep van de stuurgroep Chemische Producten in het CCIM.
  • CCIM: Coördinatiecomité internationaal Milieubeleid van de Belgische overheden.

Stroomdiagram

Stroomdiagram charter