Kennisenquête bij hobbytuiniers

Begin 2025 voerde marktonderzoeksbureau IPSOS, in opdracht van onze dienst, een online enquête uit bij 2000 personen die regelmatig tuinieren en representatief zijn voor de Belgische bevolking. Aan de hand van deze enquête wilden we de kennis van hobbytuiniers rond het correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (zoals onkruidverdelgers, slakkenkorrels en insecticiden) en alternatieve bestrijdingsmethoden in kaart brengen.

Hieronder volgt een greep uit de resultaten. 

Het volledige rapport van de enquête is hier beschikbaar.

Terminologie en herkennen van gewasbeschermingsmiddelen

De term “gewasbeschermingsmiddel” is weinig gekend bij hobbytuiniers. Slechts iets meer dan één op drie personen geeft aan de term te kennen en te weten wat die inhoudt; een even grote groep heeft de term nog nooit gehoord. 

Kennis van de term 'gewasbeschermingsmiddel'

De deelnemers kregen ook een reeks afbeeldingen van verschillende types producten te zien, waarvan sommige gewasbeschermingsmiddelen waren en andere niet. De gewasbeschermingsmiddelen werden door de helft tot twee derde van de hobbytuiniers correct herkend. Opmerkelijk is dat personen die aangaven zelf reeds gewasbeschermingsmiddelen te hebben gebruikt minder goed in staat bleken om deze correct te identificeren dan de niet-gebruikers.

Ook de termen “acaricide”, “molluscicide” en “fungicide” zijn relatief weinig gekend met ca. drie à vier op tien tuiniers die deze correct konden linken aan het juiste doelorganisme. De termen “insecticide”, “herbicide” en “mosverdelger” daarentegen, waren gekend door meer dan zes op tien personen. De kennisscore ligt evenwel gevoelig hoger bij tuiniers uit Wallonië en in enige mate uit Brussel, wat verklaard kan worden doordat in het Frans de link tussen het doelorganisme en het gewasbeschermingsmiddel gemakkelijker gemaakt kan worden.

Terminologie linken aan doelorganisme

Deze resultaten tonen aan dat de terminologie door veel mensen niet gekend is, iets om rekening mee te houden in alle communicatie over dit thema.

Kennis van alternatieve bestrijdingsmethoden

Om de kennis van de tuiniers over alternatieve bestrijdingsmethoden te testen, werd hen gevraagd om in vijf courante situaties uit enkele antwoordmogelijkheden aan te duiden welke methoden geschikt, veilig en milieuvriendelijk zijn om een bepaalde plaag of ziekte te bestrijden. Hierbij werd telkens een onderscheid gemaakt tussen methoden om het probleem op korte termijn te bestrijden, of op lange termijn te vermijden. Voor elke tuinier werd per vraag vervolgens een kennisscore berekend, die een geïntegreerd beeld geeft van zijn/haar kennis rond dit tuinprobleem.

Kortetermijnoplossingen om ziekten en plagen te bestrijden zijn in het algemeen beter gekend dan oplossingen om deze problemen op lange termijn te vermijden. De kortetermijnoplossingen ter bestrijding van onkruid zijn het best gekend. 

Kennisscore kortetermijnoplossingen

Kennisscore langetermijnoplossingen

Een significant aantal tuiniers gelooft foutief dat huis-, tuin- en keukenmiddelen zoals zout, huishoudazijn en bleekwater correcte middelen zijn om onkruid of plagen te bestrijden. Zo denkt één op drie dat zout een correct middel is om naaktslakken te bestrijden. Tegen onkruid denkt dan weer één tuinier op acht dat bleekwater en huishoudazijn correcte methoden vormen en één op vijf denkt hetzelfde over zout. Dergelijke middeltjes zijn niet alleen illegaal, maar kunnen ook schadelijk zijn voor het leefmilieu en de gezondheid van de gebruiker. 

Bleekwater, zout en schoonmaakazijn mogen nooit gebruikt worden als gewasbeschermingsmiddel. 

Het gebruik van natuurazijn (tafelazijn of witte azijn) als onkruidbestrijder op tuinpaden, terras of andere verharde oppervlakken is toegelaten, maar enkel aan een zeer lage dosis en onder strikte voorwaarden: 

De azijn mag maximum 10° azijnzuur bevatten en moet je verder verdunnen door 6 delen azijn aan te lengen met 4 delen water. Per m² mag je maximum 10 ml (= 2 theelepels!) van deze verdunde oplossing toepassen, dit door pleksgewijs het onkruid te bespuiten. Gebruik azijn maximum 2 keer per jaar met minimum 7 dagen tussen de toepassingen. 

Wanneer je veel ongewenste planten wil verdelgen, zijn andere bestrijdingsmethoden vaak meer aangewezen. Lees hier onze tips.

Top 10 meest gemaakte fouten kortetermijnoplossingen (%)

In het algemeen hebben personen die al gewasbeschermingsmiddelen gebruikt hebben een hogere kennis van de correcte alternatieve methoden. Ze denken echter onterecht ook iets vaker dat bovengenoemde huis-, tuin- en keukenmiddeltjes correcte bestrijdingsmethoden zijn. 

In vergelijking met de resultaten uit de voorgaande enquête in 2019 is de kennis globaal gelijk gebleven tot licht gedaald. Kleine wijzigingen in de vraagstelling van de enquête kunnen hier echter een rol in gespeeld hebben.

Kennis over het correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

Het etiket

Drie op vier personen weet dat de aanwijzingen op het etiket van gewasbeschermingsmiddelen geen vrijblijvende aanbevelingen zijn, maar verplichtingen. Wanneer meer in detail wordt gepeild of bepaalde praktijken die afwijken van het etiket zijn toegelaten, daalt het aantal correcte antwoorden licht tot matig. Zo weet 72 % dat de dosis op het etiket niet mag worden verhoogd, 67 % dat het niet is toegelaten om een middel te gebruiken op een andere plantensoort dan op het etiket staat aangegeven, en 55 % weet dat dit ook geldt voor de ziektes en vijanden vermeld op het etiket. In totaal maakt bijna zes op de tien tuiniers minstens een van deze fouten. Jongere tuiniers (< 34 jaar) maken hierbij vaker fouten dan ouderen.

Over de informatie op het etiket ivm. dosis, vijand/ziekte en plantensoort

Het is belangrijk om alle informatie op het etiket goed te lezen en op te volgen. Dosis, aantal toepassingen, welke plantensoorten je mag behandelen, beschermingsmaatregelen, toepassingstijdstip, wachttijden, afstand tot afvoerputjes en oppervlaktewater …. Een product is slechts veilig voor jezelf, anderen en het milieu wanneer je het strikt volgens de etiketvoorschriften gebruikt. 

Tip: Veel etiketten van gewasbeschermingsmiddelen bestaan uit meerdere lagen die je open kunt vouwen, zogenaamde “peel-off labels”. Een pijl in de hoek van het etiket geeft aan dat je het etiket verder kunt openen.

Slechts vier op de tien tuiniers is in staat om correct te berekenen hoeveel product in hoeveel water moet worden opgelost voor het bespuiten van een opgegeven oppervlakte; 16% maakt een fout bij minstens één van beide berekeningen. Opvallend ook is het grote aantal personen (43 %) dat hier de optie ‘ik weet het niet’ kiest. Deze groep weerspiegelt waarschijnlijk zowel personen die de vaardigheden missen, als personen die niet gemotiveerd zijn om de berekening te maken. Hoewel het mogelijk is dat de motivatie om een correcte verdunning te maken in een reële situatie hoger is, blijft dit een zorgwekkend resultaat dat wijst op een risico op verkeerd gebruik. Deze resultaten sluiten aan bij de bevindingen van een gelijkaardige enquête uitgevoerd in 2019, ondanks het feit dat de opgave sindsdien sterk werd vereenvoudigd. 

Een andere veelgemaakte fout is het strooien van slakkenkorrels op hoopjes of in dammetjes. Slechts 21% van de tuiniers weet dat dit een verboden praktijk is.

Slakkenkorrels moeten gelijkmatig verspreid worden met ongeveer 10 cm afstand tussen de korrels (zie etiket voor de precieze dosering). Door hoopjes of dammetjes te maken ga je dan ook ernstig overdoseren.  Dit verbetert de werking van de korrels niet en het kan gevaarlijk zijn voor kinderen, (huis)dieren en het milieu. 

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Meer dan twee derde van de tuiniers weet dat men bij de toepassing van een gewasbeschermingsmiddel ofwel handschoenen, lange mouwen en een lange broek moet dragen, ofwel de instructies op het etiket moeten volgen. Bijna een derde weet dus niet hoe zich voldoende te beschermen bij de toepassing van een gewasbeschermingsmiddel. 

Persoonlijke beschermingsmiddelen

* Indien het antwoord “Beschermingsmiddelen zijn niet noodzakelijk” werd aangeduid, werd het antwoord ingedeeld als incorrect, ongeacht de andere aangeduide antwoordopties.

Bij het toepassen van een gewasbeschermingsmiddel is het steeds aanbevolen om handschoenen, een lange mouwen en een lange broek te dragen. De noodzakelijke persoonlijke beschermingsmiddelen worden echter ook altijd vermeld op het etiket.

Bescherming van het oppervlaktewater

Er worden vrij veel fouten gemaakt die kunnen leiden tot vervuiling van het oppervlaktewater door onjuist gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Slechts één op drie weet dat deze middelen niet op trottoirs mogen worden gebruikt. Twee à drie tuiniers op tien weet niet dat de zin “zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt” aangeeft dat je verpakkingen niet mag uitspoelen in de gootsteen, dat gewasbeschermingsmiddelen niet mogen worden toegepast in de buurt van een gracht of vijver of op een terras dat afwatert naar een riool. Ongeveer vier op tien weet niet dat je geen gewasbeschermingsmiddelen mag toepassen als het regent of gaat regenen. Hoewel het aandeel correcte antwoorden op de individuele vragen relatief hoog ligt, maakt in totaal ongeveer 6 op de 10 van de tuiniers minstens één van deze fouten, wat een aanzienlijk risico inhoudt voor verontreiniging van het oppervlaktewater. Jongere tuiniers (< 34 jaar) maken hierbij vaker fouten dan ouderen.

Je mag geen gewasbeschermingsmiddelen gebruiken op verharde oppervlaktes die afwateren naar een goot of rioolputje. Daarnaast moet je altijd minstens 1 meter afstand van oppervlaktewater houden, zoals vijvers, grachten en beken; voor sommige middelen is de opgelegde veiligheidsafstand groter (zie productetiket). 

Uitspoelen van verpakkingen of spuittoestellen in de gootsteen is altijd verboden, aangezien de middelen zo rechtstreeks in het water terechtkomen. Behandel ook geen kamerplanten met gewasbeschermingsmiddelen in de douche of het bad.

Gewasbeschermingsmiddelen afvoeren

Meer dan zeven op tien tuiniers, en met name de oudere, weten dat lege verpakkingen van gewasbeschermingsmiddelen, net als vervallen of niet meer toegelaten middelen, als gevaarlijk afval op het recyclagepark ingezameld moeten worden. 

De kennis is iets lager voor het omgaan met spuitresten en het correct omgaan met een gebruikte hand- of rugsproeier. Slechts één op vijf tuiniers kent de mogelijkheid om resterende spuitvloeistof te verdunnen en opnieuw te verspuiten op de pas behandelde zone, hoewel dit de meest aanbevolen praktijk is. De helft van de respondenten weet dat spuitresten ook op het containerpark worden ingezameld.  Slechts vier op tien weet dat een hand-/ of rugsproeier na gebruik driemaal gespoeld moet worden en dat het spoelwater op de behandelde delen van de tuin moet worden verspreid. 

Kennis en gebruik van informatiekanalen

De bekendheid van officiële informatiekanalen, i.e. informatie over gewasbeschermingsmiddelen en alternatieven die door de overheid voorzien, goedgekeurd of gecontroleerd wordt, is over het algemeen beperkt. Minder dan de helft van de tuiniers weet dat er in verkooppunten gecertifieerd personeel beschikbaar is. Andere officiële bronnen, zoals overheidswebsites, officiële info in webshops of het ‘Handig in de tuin’-callcenter zijn door een op drie of minder gekend.

Verder werd gepeild naar waar de officiële informatie in verkooppunten te vinden is. Daarbij weten zeven op de tien tuiniers dat productetiketten officiële informatie bevatten; slechts een op drie weet dat er ook posters of brochures met officiële informatie te vinden zijn in/aan het rek van gewasbeschermingsmiddelen. Aansluitend bij dit resultaat werden de posters in verkooppunten uit de huidige communicatiecampagne, die loopt sinds 2022, door de grote meerderheid van de tuiniers (67%) niet opgemerkt. Slechts een op vier heeft de posters (in detail of snel) gelezen; dit gebeurde vaker door personen die reeds gewasbeschermingsmiddelen hebben gebruikt (30%), dan door zij die dergelijke producten nog niet gebruikten (18%). 

Posters in verkooppunten

Vanaf het voorjaar 2026 gaat in tuincentra en doe-het-zelfzaken een nieuwe communicatiecampagne van start, die het resultaat is van een samenwerking tussen de verschillende Belgische overheden, gewasbeschermingsmiddelenindustrie, milieuorganisaties en distributeurs. Bij het ontwerp streefden we naar een visueel aantrekkelijkere en opvallendere posters, met minder tekst. 

Wanneer tuiniers op zoek gaan naar informatie om plagen, ziektes of onkruid in de tuin (al dan niet met gewasbeschermingsmiddelen) aan te pakken, gaat 57% van hen online op zoek. Meestal gebruiken ze hierbij online bronnen die niet afkomstig zijn van de overheid (via zoekrobot, sociale media, andere websites). Anderzijds gebruikt 54% van de tuiniers minstens één informatiebron afkomstig van of gecontroleerd door de overheid. In de meeste gevallen gaat het hier om advies van personeel in tuincentra en in mindere mate om officiële info in winkels of webshops, overheidswebsites of het ‘Handig in de tuin’-callcenter. Een op vier gebruikt enkel onofficiële informatiebronnen (online of via kennissen) en een op vijf zegt helemaal geen informatiekanalen te gebruiken.

Voor informatie over hoe een bepaald gewasbeschermingsmiddel gebruikt moet worden, doet ongeveer de helft van de tuiniers beroep op het productetiket. Echter, gezien het etiket alle informatie bevat die noodzakelijk is om te weten hoe een product correct en veilig toegepast moet worden, is dit percentage te laag. Opnieuw is het personeel in verkooppunten (43%) een erg belangrijke bron van informatie, maar dit sterkere mate voor oudere dan jongere tuiniers. Fytoweb, waarop ook alle gebruiksvoorwaarden van alle toegelaten producten te vinden zijn, wordt hier door slechts 6 % van de tuiniers als informatiebron gekozen. Anderzijds gebruikt de helft van de tuiniers wel een internetbron om informatie te bekomen over hoe je een product moet gebruiken (webshops, website van de producent, zoekmachine, andere websites). 

Jongere tuiniers (tot 34 jaar) gaan vaker online op zoek naar informatie dan de oudere leeftijdsgroepen. Tuiniers ouder dan 45 jaar doen dan weer vaker beroep op personeel in verkooppunten en de productetiketten. 

Conclusies

Kennishiaten zorgen voor risico’s

Uit de resultaten van deze enquête blijkt dat hobbytuiniers vaak niet goed weten hoe ze gewasbeschermingsmiddelen veilig en correct moeten gebruiken, maar ook dat de kennis van alternatieve bestrijdingsmethodes vaak tekortschiet.

Slechts enkele bestrijdingsmethoden die veilige en milieuvriendelijke alternatieven vormen voor gewasbeschermingsmiddelen zijn breed gekend, zeker wanneer het gaat om langetermijnoplossingen. De beperkte kennis kan ervoor zorgen dat tuiniers sneller naar gewasbeschermingsmiddelen grijpen in situaties waarin hun gebruik vermeden zou kunnen worden. Bovendien bestaan er hardnekkige misverstanden over het gebruik van huis-, tuin- en keukenmiddelen zoals bleekwater, zout en schoonmaakazijn. Het is niet alleen verboden om deze middelen als gewasbeschermingsmiddel te gebruiken, maar brengt ook risico’s voor de gezondheid en het milieu met zich mee.

De resultaten maken verder duidelijk dat de interpretatie en toepassing van de gebruiksvoorwaarden op het etiket van gewasbeschermingsmiddelen voor veel gebruikers een struikelblok vormt. Gebruikers onderschatten bijvoorbeeld het verplicht karakter van de aanwijzingen op het etiket, hebben moeilijkheden met de berekening van de juiste dosering (of zijn weinig gemotiveerd om dit te doen) en beseffen onvoldoende welke handelingen leiden tot verontreiniging van oppervlaktewater. Een ontoereikende kennis van deze aspecten werkt het onveilig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de hand.

Nood aan gerichte informatie en sensibilisering

De studie benadrukt dat de sensibilisering van hobbytuiniers onvoldoende is. Hierbij vormt de zichtbaarheid en toegankelijkheid van officiële informatiekanalen een belangrijk aandachtspunt, zowel online als in tuincentra en doe-het-zelfzaken. Daarnaast is er nood aan verdere sensibilisering rond het lezen van volledige productetiketten en respecteren van alle gebruiksvoorwaarden. Een belangrijke doelgroep hierbij vormen de min 35-jarigen, die globaal een lagere kennis hebben over het correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en die het etiket ook minder vaak aangeven als een informatiebron die ze (zouden) raadplegen om te weten hoe een product gebruikt moet worden. Aangezien zij zich vooral online informeren, is het essentieel om de digitale vindbaarheid en aantrekkelijkheid van officiële informatie te vergroten. Mogelijke pistes zijn bijvoorbeeld het optimaliseren van websites zoals Fytoweb voor zoekmachines en AI-gestuurde zoekfunctionaliteiten, het inzetten van korte en visuele formats, interactieve elementen op sociale media en aantrekkelijkere weergave van de verplichte officiële informatie in webshops.

Uit de resultaten blijkt verder dat een belangrijke rol bij het informeren en sensibiliseren is weggelegd voor het winkelpersoneel in tuincentra en doe-het zelfwinkels, aangezien zij voor veel tuiniers een belangrijk aanspreekpunt zijn bij vragen rond gewasbeschermingsmiddelen en alternatieve bestrijdingsmethoden. Een aandachtspunt hierbij is dat het niet altijd duidelijk is voor de klant dat in de winkels een gecertifieerde voorlichter, namelijk een fytolicentiehouder NP of P3, beschikbaar is, of zo niet dat het ‘Handig in de Tuin’-callcenter deze rol vervult. Immers, advies van winkelpersoneel dat niet is opgeleid voor deze taak kan onvolledig, of in het slechtste geval fout zijn. Het is dus belangrijk om te streven naar een sterke aanwezigheid van fytolicentiehouders in de winkels om de kwaliteit van de adviesverlening te garanderen. Het ‘Handig in de tuin’-callcenter kan deze taak gedeeltelijk opvangen, maar zelfs indien de bekendheid ervan verhoogd wordt, zal die rol waarschijnlijk relatief beperkt blijven. 

Via de nieuwe communicatiecampagne die in maart 2026 wordt uitgerold in de verkooppunten van gewasbeschermingsmiddelen hopen we verschillende knelpunten die bleken uit de resultaten van deze enquête aan te pakken. De campagne wil het bewustzijn rond correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en het bestaan van duurzame alternatieven vergroten en duidelijk maken waar tuiniers terechtkunnen voor betrouwbaar advies. Daarnaast werkt Belplant, de Belgische vereniging van de industrie van gewasbeschermingsmiddelen, met ondersteuning van FOD Volksgezondheid, aan een tool die tuiniers vanaf het voorjaar van 2026 zal helpen om op een eenvoudige en correcte manier de juiste hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel te berekenen.

Meer weten?

Lees hier onze tips voor gezond tuinieren.

Beschikbare documenten