
Op 18 juni waren de stakeholders van de dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten welkom in de gebouwen van de FOD Volksgezondheid voor een infosessie over het federaal toelatingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen (PhytoTALK).

Zoals toegelicht door diensthoofd Maarten Trybou is het onmogelijk om een overzicht te geven over alle lopende werkzaamheden en werd er daarom gefocust op een vijftal onderwerpen.

Als eerste spreker gaf Vincent Van Bol, teamlead voor het reductieprogramma, een overzicht van een aantal indicatoren voor het gebruik en de druk van gewasbeschermingsmiddelen. De bestaande indicatoren werden toegelicht samen met alle inzichten die deze opleveren en hun tekortkomingen. Zo werd onder meer aangetoond dat de druk op bijen duidelijk daalt.

Olivier Guelton, voorzitter van het Erkenningscomité, vermeldde de acties die op nationaal vlak werden ondernomen na de vernieuwing van de Europese goedkeuringen voor de werkzame stoffen captan, koper en quinolein-8-ol. Daarna gaf hij ook toelichting bij het plan van aanpak voor PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen en de lopende actie voor persoonlijke beschermingsmiddelen voor werkers in behandelde percelen.

Gilke De Middeleer is verantwoordelijk voor alle praktische aspecten voor de fytolicentie. Op basis van een enquête die werd georganiseerd bij de stakeholders na afronden van de eerste cyclus van opleidingen en vernieuwingen van de fytolicenties drongen zich een aantal verbeteringsacties op. Zo zal werk worden gemaakt van meer specifieke aanvullende opleidingen in functie van de werkzaamheden van de houder van de fytolicentie, en wordt ook het sanctioneringsbeleid bijgestuurd.

Als senior expert voor het gedrag in het leefmilieu van gewasbeschermingsmiddelen werkt Simon Verstraete aan een wettelijke regeling om het gebruik van drones mogelijk te maken. Deze innovatieve techniek biedt nieuwe mogelijkheden en voordelen om gewasbeschermingsmiddelen vanuit de lucht toe te passen.

Jeremy Denis volgt alles op wat biologische gewasbeschermingsmiddelen (‘biopesticiden’) en noodtoelatingen betreft, en is ook verantwoordelijk voor basisstoffen en laag-risicoproducten. Voor deze twee laatste categorieën lichtte hij toe hoe de Europese regelgeving op Belgisch vlak wordt toegepast.
Ter afronding bedankte Maarten Trybou alle sprekers en organisatoren voor hun bijdrage en ook de aanwezigen voor de constructieve gedachtewisseling.
