Nieuwe CLP-gevarenklassen voor gewasbeschermingsmiddelen: richtlijnen voor de indiening en onderbouwing van zelfclassificaties

Sinds 1 mei 2026 zijn de nieuwe gevarenklassen uit Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/707 van toepassing op mengsels die overeenkomstig de overgangsbepalingen van de CLP-verordening aan deze nieuwe criteria moeten voldoen, waaronder gewasbeschermingsmiddelen.

De nieuwe gevarenklassen omvatten:

  • ED HH in categorie 1 en categorie 2 (Endocriene verstoring bij de mens)
  • ED ENV in categorie 1 en categorie 2 (Endocriene verstoring in het milieu)
  • PBT (persistent, bioaccumulerend en toxisch), vPvB (zeer persistent en zeer bioaccumulerend)
  • PMT (persistent, mobiel, toxisch), vPvM (zeer persistent, zeer mobiel)

Om een uniforme en transparante beoordeling van wijzigingen in classificatie en etikettering van gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, worden houders van toelatingen verzocht om, wanneer hun product op basis van een zelfclassificatie onder één of meer van deze nieuwe gevarenklassen valt, deze tabel volledig in te vullen.

Voor elk criterium dat aanleiding geeft tot de voorgestelde classificatie dient ten minste de volgende informatie te worden verstrekt:

  • de naam, de concentratie en de indeling van de stof in het mengsel waarop de classificatie gebaseerd is (bv. werkzame stof, co-formulant, metaboliet, safener, enz.);
  • het specifieke eindpunt of de parameter die aanleiding geeft tot de indeling;
  • de bron van deze informatie (bv. Experimentele studie (volgens de GLP-normen en/of de OECD-richtlijnen), EFSA-conclusie, REACH-dossier, literatuur, …).

De tabel bevat voorbeelden van het type informatie dat verwacht wordt. De informatie dient op een duidelijke, volledige en navolgbare wijze te worden gedocumenteerd, zodat de onderliggende redenering voor de voorgestelde classificatie door de bevoegde autoriteit kan worden geverifieerd.

Deel deze pagina