Door de publicatie van een koninklijk besluit (KB van 3 juni) op 1 juli wordt het vanaf 2026 verplicht om steeds minstens 75 % driftreducerend materiaal te gebruik bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen. Dit kan gebeuren door het gebruik van driftreducerende spuitdoppen maar ook door het gebruik van een geavanceerd spuittoestel, bij voorbeeld met luchtondersteuning. In ieder geval moet het spuittoestel zelf toelaten minstens 75 % driftreductie te halen.
Het driftreducerend materiaal dat toelaat te voldoen aan de vereiste staat opgelijst in een specifiek ministerieel besluit.
De ingangsdatum van 1 januari 2026 valt samen met de start van een nieuwe cyclus van de verplichte keuring van de spuittoestellen. Tijdens deze keuring zal worden nagegaan of het spuittoestel beantwoordt aan deze nieuwe wettelijke bepaling. De vereiste van minimaal 75 % driftreductie geldt voor elk spuittoestel dat wordt gebruikt in open lucht.
Bijkomende maatregelen op of naast het spuittoestel – zoals het gebruik van spuitdoppen met 90 % driftreductie of de aanwezigheid van een haag – mogen uiteraard nog steeds worden ingezet om de driftreductie verder dan 75 % te verhogen. Voor sommige gewasbeschermingsmiddelen is het immers nodig om een hogere driftreductie toe te passen, zoals voorgeschreven door de toelating.
Voor heel wat gewasbeschermingsmiddelen wordt vandaag al een verplichting tot minstens 75 % driftreductie voorzien door de toelating. Door deze algemene verplichting te koppelen aan de keuring van de spuittoestellen wordt verwacht dat er consequenter aan deze voorwaarde zal worden voldaan.
Opgelet: ook voor de gewasbeschermingsmiddelen waarvoor de toelating momenteel een lager percentage driftreductie oplegt geldt het algemene minimum van 75 %. De toelatingen zullen in de toekomst worden aangepast om rekening te houden met deze nieuwe vereiste, maar de verplichting wordt vanaf 2026 reeds van kracht.
Tot slot is het de bedoeling om deze minimumnorm in de toekomst verder op te trekken.