
Symptomen van plantenziekten zijn bijvoorbeeld bruine of witachtige vlekken op de bladeren, dode delen aan de plant of rottend fruit. Dergelijke schade wordt veroorzaakt door ziekteverwekkende schimmels, bacteriën, virussen of aaltjes (nematoden).
Vaak is het niet gemakkelijk om de ziekte in kwestie precies te identificeren. In sommige gevallen is het nuttig advies te vragen aan deskundigen op het gebied van plantenziekten, die passende beheersmethoden kunnen aanbevelen.
Los daarvan kan je met de volgende algemene aanbevelingen al heel wat ziekten voorkomen en schade beperken:
- De juiste plant op de juiste plaats
- Doordacht water geven
- Doordacht bemesten
- De beplanting diversifiëren
- Gewasrotatie in de moestuin
- Doordacht snoeien
- Aangetaste plantendelen verwijderen
De juiste plant op de juiste plaats
Hou rekening met de groeiomstandigheden bij de keuze van je beplanting. Een zonnige standplaats vraagt een andere plantenkeuze dan een schaduwrijke. Ook de vochtigheidsgraad en het bodemtype (pH, voedselrijk of voedselarm,…) spelen een belangrijke rol bij de plantenkeuze. Een plant die groeit in geschikte omstandigheden zal namelijk veel beter bestand zijn tegen ziekten.
Gebruik waar mogelijk ziektetolerante of ziekteresistente rassen, bijvoorbeeld aardappelrassen die niet of minder vatbaar zijn voor de aardappelziekte.
Doordacht water geven
Te weinig of te veel water verzwakt de planten. Als je water geeft, doe het dan bij voorkeur 's morgens vroeg of 's avonds laat. Geef liever af en toe een grotere hoeveelheid water dan telkens kleine hoeveelheden: op die manier wordt de bodem over een grotere diepte bevochtigd en worden de planten gestimuleerd om dieper te wortelen. Een continu te nat substraat bevordert de ontwikkeling van schimmelziekten.
Vermijd bij het water geven het besproeien van de bladeren: dit kan leiden tot verbranding en verhoogt het risico op de ontwikkeling van ziekteverwekkende schimmels. Als de bladeren toch nat worden, zorg dan dat ze goed kunnen opdrogen, bijvoorbeeld door voldoende luchtcirculatie te creëren in een serre.
Doordacht bemesten
Ook een verkeerde bemesting kan de planten verzwakken. Te veel stikstofbemesting kan bijvoorbeeld leiden tot verbranding of tot te snel groeiende planten, waardoor ze vatbaarder worden voor ziekten. Een bodemanalyse kan helpen om je bemesting af te stemmen op de behoeften van je planten.
De beplanting diversifiëren
Diversiteit in de tuin brengen betekent niet alle eieren in één mandje leggen. Monocultuur is te vermijden: als er dan een ziekte opduikt, kan ze zich snel verspreiden en is de schade enorm. Bij een diverse beplanting zal het mogelijke verlies van enkele planten aanvaardbaar zijn, en misschien zelfs onopgemerkt blijven.
Ook het uit elkaar plaatsen van ziektegevoelige planten kan besmetting beperken.
Gewasrotatie in de moestuin
Door jaar na jaar dezelfde groente op dezelfde plek te telen, verarmt de bodem en bevorder je de ontwikkeling van ziekten en plagen. Gewasrotatie of vruchtwisseling onderbreekt de levenscyclus van bodemziekten en insecten die zich op specifieke gewassen richten.
Doordacht snoeien
Snoeien kan beschadigingen en verwondingen veroorzaken die uitstekende toegangspoorten zijn voor ziekten. Te sterk snoeien is daarom te vermijden, ook omdat de planten dan veel energie moeten besteden aan wondgenezing en daardoor verzwakken.
Daarnaast vormt slecht onderhouden of verontreinigd snoeigereedschap een risico voor de verspreiding van ziekten. Ontsmet je gereedschap dus altijd na het snoeien (met waterstofperoxide, 70° alcohol of azijn).
Aangetaste plantendelen verwijderen
Als je ziet dat slechts een deel van de plant is aangetast, knip dit gedeelte dan af en ontsmet daarna het gebruikte gereedschap (snoeischaar,…) om verdere verspreiding van de ziekte te voorkomen.
Verzamel al het afval van zieke planten (takken, bladeren, vruchten, bloemen) in vuilniszakken en geef het mee met het restafval of breng het naar het recyclagepark. Afval van zieke planten dat blijft liggen of gecomposteerd wordt, kan een nieuwe bron van besmetting vormen in je tuin.