Watercontaminatie

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen – en in het bijzonder spuittoepassingen – kan leiden tot een risico voor waterorganismen die in het oppervlaktewater in de omgeving van behandelde gewassen leven. Verontreiniging van het oppervlaktewater door gewasbeschermingsmiddelen kan verschillende oorzaken hebben die in twee categorieën kunnen worden ingedeeld: verontreinigingen als gevolg van erkende toepassingen en vervuiling als gevolg van niet erkende praktijken.

Verontreinigingen als gevolg van ongeoorloofde praktijken houden alle toepassingen, die niet erkend zijn, in. Ongeoorloofde praktijken kunnen plaatselijke en/of diffuse verontreinigingen van oppervlaktewater veroorzaken die onaanvaardbaar zijn. De plaatselijke verontreinigingen zijn bijvoorbeeld directe of indirecte lozingen van afvalwater met residuen in riolen. Het spreekt voor zich dat deze praktijken illegaal zijn en nadelige gevolgen kunnen hebben voor de volksgezondheid of het milieu.

Maatregelen om de vervuiling van het oppervlaktewater te verminderen

Wat betreft de bronnen van verontreiniging als gevolg van een erkende toepassing zijn de drift van spuitnevel, afvoer, erosie of drainage.

De impact van  mogelijke verontreiniging als gevolg van een erkende toepassing wordt beoordeeld tijdens de erkenningsprocedure van gewasbeschermingsmiddelen. Om deze mogelijke verontreiniging te voorkomen, moeten risicobeperkende maatregelen worden genomen door de gebruikers. Deze risicobeperkende maatregelen worden vermeld op de etiketten van gewasbeschermingsmiddelen. Als risicobeperkende maatregelen ter bescherming van het oppervlaktewater  worden 'bufferzones' voorgesteld.

De brochure 'Bescherming van het oppervlaktewater bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen' definieert deze risicobeperkende maatregelen ter bescherming van het oppervlaktewater, de praktische instructies, evenals het driftreducerende materiaal dat erkend is door de federale overheid.

Naast de federale maatregelen die in de brochure worden beschreven, bestaan er ook maatregelen op gewestelijk niveau. De folder ‘Voor een betere bescherming van het water’ geeft een overzicht van de verschillende maatregelen op nationaal en gewestelijk niveau. Deze folder wil professionele en particuliere gebruikers sensibiliseren en hen helpen om te bepalen welke maatregel van toepassing is bij het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel in de buurt van oppervlaktewater.

Indien gewenst, kunnen fabrikanten van spuitapparatuur hun materiaal laten classificeren in de lijst van erkende driftreducerende materialen, zoals beschreven in dit document.

Een speciaal geval is beschreven in het nieuws van 26/11/2015 over de verplichting om een met gras begroeide bufferzone van 20 m ten opzichte van oppervlaktewater te respecteren voor percelen die worden behandeld met producten op basis van terbuthylazin. Meer informatie over de praktische aspecten betreffende de inrichting van de met gras begroeide bufferzone vindt u in het document 'Veelgestelde vragen (FAQ) met gras begroeide bufferzones voor gewasbeschermingsmiddelen op basis van terbuthylazin'.

Goede Landbouwpraktijk: na-oogstbehandelingen

Om het risico van het terechtkomen van gewasbeschermingsmiddelen in het milieu (oppervlaktewater, bodem, grondwater) na behandeling of bij onderhoud van de apparatuur gebruikt in na-oogsttoepassingen te beperken, zijn er aanbevelingen voor goede landbouwpraktijken in onderstaande documenten vermeld: