Chloorprofam

Chloorprofam is een middel dat o.a. wordt gebruikt om de scheutvorming bij aardappelen tijdens de bewaring tegen te gaan. Het werd recent verboden door de EU. Onderstaande tekst geeft wat meer informatie over deze stof en de gevolgen van het verbod (bijgewerkt in augustus 2020).

  1. Wat is chloorprofam?
  2. Waarom werd chloorprofam verboden?
  3. Tot wanneer mag chloorprofam nog worden gebruikt?
  4. Hoe zit het met de maximaal toegelaten residugehalten van chloorprofam in levensmiddelen?
  5. Hoe kunnen de opslagruimten gereinigd worden?
  6. Zijn er alternatieven toegelaten voor chloorprofam?

1.Wat is chloorprofam?

Chloorprofam (ook wel CIPC genoemd) kan voor twee doeleinden worden gebruikt. Het belangrijkste gebruik is als kiemremmer ter voorkoming van scheutvorming bij aardappelen tijdens de bewaring. Daarnaast kan het ook als een onkruidbestrijdingsmiddel worden aangewend in een aantal gewassen zoals knolselder, schorseneren, uien, sla, spinazie, prei, knolvenkel, sierteelten, … Het is een stof die reeds tientallen jaren voor deze toepassingen wordt gebruikt.

Producten bestemd voor beide types van toepassing beantwoorden aan de definitie van ‘gewasbeschermingsmiddel’ zoals vastgesteld door de Verordening (EG) nr. 1107/2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen.

Top ↑

2.Waarom werd chloorprofam verboden?

Gewasbeschermingsmiddelen kunnen maar toegelaten worden in de lidstaten van de EU als de werkzame stoffen die ze bevatten goedgekeurd zijn in toepassing van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen. Op onze website kunt u wat informatie vinden over de procedure voor de goedkeuring van een werkzame stof.

Chloorprofam werd na een eerste Europese evaluatie op 1 februari 2005 goedgekeurd als kiemremmer en als herbicide. Dit gebeurde nog in het kader van de EU-wetgeving die voorafging aan de Verordening (EG) nr. 1107/2009, nl. de Richtlijn 91/414/EEG betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen.

Een goedkeuring van een werkzame stof is beperkt in de tijd. Ze kan worden verlengd nadat is vastgesteld dat er nog steeds wordt voldaan aan de vereisten voor de goedkeuring. Zo’n regelmatige evaluatie is nodig, omdat de wetgeving inzake gegevensvereisten evolueert, omdat er nieuwe richtsnoeren ontwikkeld worden voor de beoordeling van het dossier en omdat er rekening moet worden gehouden met nieuwe gegevens uit de wetenschappelijke literatuur.

Een aantal producenten van chloorprofam hebben de verlenging van de goedkeuring aangevraagd en een dossier ingediend bij de lidstaat die door de Commissie werd aangewezen als de verslaggever voor deze stof, nl. Nederland. Nederland heeft in april 2016 zijn evaluatieverslag overgemaakt aan de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA; European Food Safety Authority). De toepassingen als kiemremmer en als herbicide werden beide verdedigd. EFSA heeft na een aantal consultaties haar conclusies in juli 2017 gepubliceerd. EFSA identificeert een aantal mogelijke problemen, zoals:

  • onvoldoende informatie om een verfijnde inschatting van de blootstelling van consumenten te kunnen uitvoeren, terwijl een evaluatie op basis van de beschikbare gegevens wijst op een mogelijkerwijs onaanvaardbare blootstelling aan deze stof en een metaboliet ervan, nl. 3-chlooraniline
  • onduidelijkheid over de eventuele hormoonontregelende eigenschappen
  • onvoldoende informatie om het risico ten aanzien van niet-doelgeleedpotigen te kunnen evalueren

Vermits sommige problemen verband houden met het gebruik als kiemremmer en andere met het gebruik als onkruidbestrijder, heeft de Europese Commissie geconcludeerd dat voor geen enkele representatieve toepassing aangetoond werd dat het hoge beschermingsniveau dat wordt nagestreefd door de Verordening (EG) nr. 1107/2009 kan worden gewaarborgd. De Commissie heeft daarom een verordening (Uitvoeringsverordening (EU) 2019/989) aangenomen, waarmee de goedkeuring van chloorprofam niet werd verlengd. Dit komt neer op een verbod van chloorprofam in de gehele EU.

Deze besluitvorming was niet zonder controverse. Heel wat lidstaten waren van mening dat voldoende gegevens beschikbaar waren om te kunnen besluiten dat sommige toepassingen wel degelijk beantwoorden aan het nagestreefde hoge beschermingsniveau. Zij waren dan ook van mening dat een verlenging van de goedkeuring, eventueel met beperkingen, gerechtvaardigd was. België heeft het voorstel van de Commissie wel gesteund.

Top ↑

3.Tot wanneer mag chloorprofam nog worden gebruikt?

De Uitvoeringsverordening (EU) 2019/989 werd op 18 juni 2019 gepubliceerd en is 20 dagen later van kracht geworden. Ze bepaalt onder andere dat de respijtperiode die de lidstaten kunnen gunnen voor het verder op de markt brengen en het gebruiken van bestaande voorraden uiterlijk op 8 oktober 2020 moet aflopen.

In België werden de respijtperiodes op advies van het Erkenningscomité voor de bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik als volgt vastgesteld:

  • Voor de kiemremmers was de verkoop door de toelatingshouder toegelaten tot 31/12/2019.
    De verkoop en de opslag door derden zijn toegelaten tot 31/03/2020. Het gebruik is toegelaten tot 30/06/2020. Het komt er op neer dat de aardappeloogst 2019 de laatste was die met chloorprofam kon worden behandeld;
  • Voor de herbiciden was de verkoop door de toelatingshouder toegelaten tot 08/01/2020. De verkoop en de opslag door derden zijn toegelaten tot 08/07/2020. Het gebruik is toegelaten tot 08/10/2020.

De handelsbenamingen van de betrokken gewasbeschermingsmiddelen kunnen teruggevonden worden in ons persbericht van 10 juli 2019.

Top ↑

4.Hoe zit het met de maximaal toegelaten residugehalten van chloorprofam in levensmiddelen?

De meeste gewasbeschermingsmiddelen leiden tot de aanwezigheid van residuen in levensmiddelen afkomstig van de behandelde gewassen en mogelijkerwijs ook in dierlijke producten afkomstig van dieren die zich hebben gevoed met behandelde planten.

De maximaal toegelaten residugehalten (Maximum Residue Limits of MRL’s) van werkzame stoffen (en/of van afbraakproducten ervan) in levensmiddelen zijn vastgelegd in een EU-verordening, nl. de Verordening (EG) nr. 396/2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong. Voor wat meer informatie over de wijze waarop MRL’s worden vastgesteld kunt u hier terecht.

In het geval van een niet-verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof worden in principe alle MRL’s teruggebracht tot 0,01 mg residu per kg levensmiddel. Voor ingevoerde levensmiddelen afkomstig uit derde landen waar de stof wel nog kan worden toegepast, kan een zogenaamde invoertolerantie worden aangevraagd, maar deze zal slechts worden toegekend als aangetoond is dat de aanwezigheid van de residuen geen onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid inhoudt.

Voor chloorprofam zal deze oefening dus ook gebeuren. Normaliter zouden de MRL’s tot 0,01 mg/kg teruggebracht kunnen worden eens alle levensmiddelen die gedurende de respijtperiode nog behandeld kunnen worden met chloorprofam, geconsumeerd zijn. Deze respijtperiode loopt ten einde op 8 oktober 2020. Momenteel bedraagt de MRL voor aardappelen nog 10 mg/kg.

Er stelt zich echter een ongebruikelijk probleem in het geval van chloorprofam: in de ruimten waarin de aardappelen worden opgeslagen, werd chloorprofam soms talrijke jaren toegepast. Dit heeft geleid tot een contaminatie van deze ruimten: de wanden en de vloeren bevatten residuen van de stof en deze kan terug vrijgegeven worden. De in deze ruimten opgeslagen aardappelen kunnen als gevolg daarvan residuen bevatten van chloorprofam, ook al werden ze niet met deze stof behandeld. Er is voorlopig nog geen reinigingsprotocol gevonden waarvan is aangetoond dat het kan zorgen voor het volledig residu-vrij maken van de bewaarruimten. Contaminatie van de hierin bewaarde aardappelen kan dus niet volledig worden uitgesloten. De Verordening (EG) nr. 396/2005 voorziet in de mogelijkheid tot het vaststellen van tijdelijke MRL’s in geval van omgevingscontaminatie. Een aantal producenten hebben een aanvraag ingediend tot het bekomen van zo’n tijdelijke MRL voor chloorprofam op aardappelen. Nederland heeft alle beschikbare gegevens geanalyseerd en in januari 2020 een evaluatieverslag opgesteld. Nederland besluit dat een tijdelijke MRL van 0,5 mg/kg zou volstaan om rekening te houden met deze contaminatie. Volgens Nederland houdt een gehalte van dat niveau geen risico in voor de gezondheid van de consumenten, met inbegrip van kinderen. Het evaluatieverslag werd opgestuurd naar EFSA, dat een met redenen omkleed advies over de aanvaardbaarheid van het voorgestelde gehalte aan de Europese Commissie moet richten. Vervolgens is het aan de Commissie om in overleg met de lidstaten een tijdelijke MRL vast te stellen, voor zover dat aanvaardbaar is. Op basis van het advies van EFSA werd dit overleg reeds aangevat. Verschillende opties (tijdelijke MRL’s gaande van 0,3 tot 0,5 mg/kg) worden onderzocht.

Vooraleer de Commissie het maximumresidugehalte effectief kan vaststellen, wordt het voorstel nog onderworpen aan een controle door het Europees Parlement en door de EU-Raad. Dit alles zal de nodige tijd vergen. De verwachting is dat de tijdelijke MRL, mits die aanvaardbaar is, ergens midden 2021 van kracht zou worden.

Het is alleszins duidelijk dat deze tijdelijke MRL enkel gerespecteerd zal kunnen worden door grondig reinigen van de opslagloodsen én op voorwaarde dat chloorprofam niet langer wordt gebruikt. Zoals steeds is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen om deze MRL te respecteren.

Top ↑

5.Hoe kunnen de opslagruimten gereinigd worden?

De Europese aardappelketen heeft een richtlijn opgesteld voor het reinigen van de opslagruimten waarin chloorprofam werd gebruikt. Deze richtlijn met bijlagen kunnen hier worden gedownload.

Top ↑

6.Zijn er alternatieven toegelaten voor chloorprofam?

Vooral voor de aardappelsector heeft het verbod op chloorprofam tot grote bezorgdheid geleid. Het product wordt immers al tientallen jaren op grote schaal gebruikt als kiemremmer. Het is zeer belangrijk dat aardappelen gedurende een lange periode kunnen bewaard worden. Scheutvorming heeft uiteraard een nefaste impact op de bewaringsduur.

Gelukkig zijn er nog enkele kiemremmers op basis van andere werkzame stoffen toegelaten tijdens de bewaring, met name 1,4-dimethylnaftaleen, ethyleen en muntolie. Daarnaast is ook het gebruik van producten op basis van de groeiregulator maleïnehydrazide toegelaten tijdens de teelt om vroegtijdige scheutvorming bij de gerooide aardappelen te verhinderen.

Top ↑