Bijen

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan leiden tot een risico voor bijen en andere bestuivende insecten die in aanraking komen met behandelde gewassen of de omliggende planten (onkruid of naburige teelten). Gewasbeschermingsmiddelen, op basis van bv. neonicotinoïden, kunnen invloed hebben op de overleving en het gedrag van bijen. De blootstelling van deze organismen kan optreden tijdens of na aanbrengen van het product (indien het product persistent of systemisch is).

De impact op de bijen als gevolg van een erkende toepassing wordt in het kader van de toelating van gewasbeschermingsmiddelen beoordeeld. Om deze impact te verminderen, moeten risico-beperkende maatregelen toegepast worden door de gebruikers van bepaalde producten.

Maatregelen om de bijen te beschermen

De risicobeperkende maatregelen van elk product, indien nodig, staan vermeld op het etiket van de verpakking van de gewasbeschermingsmiddelen. Hieronder zijn enkele voorbeelden van zinnen:

  • 'Gevaarlijk voor bijen. Om de bijen en andere bestuivende insecten te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen of in de buurt van in bloei staand onkruid.'
  • 'Gevaarlijk voor bijen. Gebruik dit product niet op het ogenblik dat de bijen actief naar voedsel zoeken. Het product moet dus toegepast worden vroeg in de morgen of laat in de avond.'
  • 'Gevaarlijk voor bijen en hommels. Om de bijen en andere bestuivende insecten te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen of op niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen of hommels. Gebruik dit product ook niet in de buurt van in bloei staand onkruid. Verwijder onkruid voordat het bloeit. U dient een verplicht minimum percentage driftreductie toe te passen (zie risicobeperkende maatregelen).'

Nieuws over bijen

Aanvullende maatregelen worden opgelegd voor de bescherming van bijen en andere bestuivende insecten; zij zijn beschreven in een aantal nieuwsberichten door onze dienst.