Deze pagina beschrijft beschermingsmaatregelen voor de personen die, als onderdeel van hun baan, een gebied betreden dat eerder werd behandeld met een gewasbeschermingsmiddel of die een gewas manipuleren dat werd behandeld met een gewasbeschermingsmiddel1. We noemen deze personen hieronder ‘werkers’.
Na bespuiting van een gewas met een gewasbeschermingsmiddel moet minstens gewacht worden tot de spuitresten opgedroogd zijn en de kas voldoende geventileerd is, alvorens het veld of de kas te herbetreden. Als het echt noodzakelijk is het perceel te betreden vóór de spuitvloeistof opgedroogd is, moeten dezelfde persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) gedragen worden als deze die voorgeschreven zijn tijdens de bespuiting (bijv. vloeistofdichte chemisch bestendige kledij).
Iemand die nadien in het behandeld gewas werkt, komt in contact met de opgedroogde residuen van dit middel op het gewas. Dit kan leiden tot gezondheidsproblemen, zelfs als de toepassing een aantal dagen of weken ervoor plaatsvond. Het risico is o.a. afhankelijk van de toxiciteit van het gewasbeschermingsmiddel, de toegepaste dosis, de afbraaksnelheid van de residuen op het gewas en de duur en intensiteit van contact van de werker met het gewas. Om het blootstellingsrisico tot een aanvaardbaar niveau te brengen, is het vaak noodzakelijk dat een wachttijd in acht genomen wordt alvorens er zonder persoonlijke beschermingsmiddelen in het gewas gewerkt kan worden. Wanneer het naleven van de volledige wachttijd technisch niet mogelijk is omdat bepaalde werkzaamheden (bijv. inspectie, snoeien, vruchtdunning, oogst) eerder uitgevoerd moeten worden, is het noodzakelijk dat beschermende handschoenen en/of basisbeschermingskledij gedragen worden tijdens deze activiteiten. Het strikt naleven en correct toepassen van deze risicobeperkende maatregelen is bepalend voor de bescherming van de gezondheid van de werkers en voor de geldigheid van de toelating voor het betreffende gebruik van het gewasbeschermingsmiddel.
Waarschuwingszinnen op de toelatingen
Standaard vermelden de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen voor bladbespuiting de volgende waarschuwingszin:
- Na de behandeling de percelen/oppervlakken pas opnieuw betreden nadat de spuitvloeistof is opgedroogd.
Eenmaal de spuitvloeistof opgedroogd is, kan de werker het gewas betreden en werkzaamheden uitvoeren, mits naleven van de noodzakelijke beschermingsmaatregelen die volgen uit de risicobeoordeling. Deze maatregelen worden gecommuniceerd via volgende twee waarschuwingszinnen, waarbij de handelingen gedefinieerd worden op basis van de intensiteit en de duur van contact met het gewas:
- Om de gezondheid te beschermen, is het noodzakelijk om [chemisch bestendige handschoenen en] basisbeschermingskledij (die armen en benen bedekt) te dragen bij kortstondig (minder dan 2u per dag) en weinig intens contact met het gewas (bijv. tijdens inspectie of irrigatie) [tot en met 1/2/3/4/7/10/14/21/28 dagen na behandeling].
- Om de gezondheid te beschermen, is het noodzakelijk om [chemisch bestendige handschoenen en] [basisbeschermingskledij (die armen en benen bedekt) / een lange broek] te dragen bij langdurig contact (meer dan 2u per dag) of bij intens contact met het gewas (bijv. bij onderhoud en/of oogst) [tot en met 1/2/3/4/7/10/14/21/28 dagen na behandeling].
- Alle activiteiten die langer dan 2 uur per dag duren, ongeacht of ze intens contact met het gewas omvatten of niet, vallen onder de tweede zin.
- Alle activiteiten die intens contact met het behandelde gewas omvatten, zelfs wanneer ze minder dan 2 uur per dag duren, vallen onder de tweede zin.
- De zinnen vermelden de termijn na toepassing van het gewasbeschermingsmiddel waarbinnen de vermelde PBM verplicht gedragen moeten worden. Deze termijn is per definitie de ‘wachttijd voor contact met behandeld gewas’ (zie inleiding). Na deze wachttijd kan er immers volgens de risicobeoordeling voor het specifieke product zonder persoonlijke beschermingsmiddelen in het gewas gewerkt worden. Volgens het STOP-principe ter preventie van blootstelling aan gevaarlijke stoffen, is het invoeren van een wachttijd voor bepaalde activiteiten steeds te verkiezen boven het dragen van PBM. Enkel wanneer langere wachttijden voor herbetreding technisch niet mogelijk zijn, kunnen persoonlijke beschermingsmiddelen bij het uitvoeren van bepaalde taken in het gewas noodzakelijk zijn om de beroepsmatige blootstelling te verlagen.
- Wanneer volgens de risicobeoordeling de aangegeven PBM langer dan 28 dagen na de toepassing van het gewasbeschermingsmiddel gedragen moeten worden, wordt er geen termijn vermeld in de zinnen. Bij afwezigheid van een termijn moeten de voorgeschreven PBM steeds tijdens de beschreven activiteit gedragen worden, ongeacht het moment waarop de behandeling van het gewas plaatsvond.
Activiteiten met weinig intens of intens contact
De voorschriften zijn opgesplitst in 2 afzonderlijke zinnen: de eerste zin beschrijft maatregelen voor activiteiten die een kortdurend (minder dan 2 uur per dag) en weinig intens contact met de teelt inhouden, terwijl de tweede zin maatregen beschrijft voor activiteiten waarbij sprake is van langdurig contact (meer dan 2 uur per dag) of intens contact met de teelt. Het blootstellingsrisico is namelijk afhankelijk is van de handelingen die uitgevoerd worden bij een bepaalde taak en de mate van fysiek contact met het gewas. Zo houdt inspectie vanuit een tractor een ander risico in dan inspectie wandelend doorheen het veld.
Activiteiten die weinig intens contact met gewas omvatten:
- Deze activiteiten worden gekenmerkt door een lage mate van huidcontact met het behandelde gewas. Voorbeelden zijn inspecties en irrigatieactiviteiten.
Activiteiten die intens contact met het gewas omvatten:
- Activiteiten in het behandelde perceel die gekenmerkt worden door een hogere mate van huidcontact met het gewas, zoals bij onderhoudswerkzaamheden of handmatige oogst (bijv. plukken, snijden, aanbinden, dunnen).
- Het manipuleren van geoogste plantaardige producten (inclusief sierplanten en-bloemen), zoals wassen, trimmen, sorteren, bundelen of verpakken.
- Het manipuleren van plantaardige producten die een naoogstbehandeling hebben gekregen.
Basisbeschermingskledij en chemisch bestendige handschoenen
Volgens de EU geharmoniseerde risicobeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen is volgende kledij geschikt als basisbeschermingskledij:
- Niet-gecertificeerde overalls of een combinatie van een hemd/vest met lange mouwen en een lange broek, op voorwaarde dat het materiaal bestaat uit:
- katoen met een grammage van minstens 300 g/m², of
- katoen + polyester met minimaal 65% polyester en een grammage van minstens 245 g/m².
- Gecertificeerde beschermingskledij van niveau C1 of C2 volgens EN ISO 27065 (Protective clothing — Performance requirements for protective clothing worn by operators applying pesticides and for re-entry workers.)
- Aangezien het dragen van werkkledij belangrijk is om het risico voor werkers die in contact komen met opgedroogde residuen van gewasbeschermingsmiddelen te beperken, wordt deze kledij in deze context beschouwd als PBM en wordt de term ‘basisbeschermingskledij’ gebruikt op de Belgische toelatingen.
- Ook wanneer dit niet expliciet vermeld is op het etiket, wordt aanbevolen om altijd basisbeschermingskledij te dragen bij werkzaamheden in een behandelde teelt. Deze kleding beschermt het lichaam tegen blootstelling aan opgedroogde spuitresiduen, en is in het bijzonder belangrijk wanneer niet exact gekend is welke gewasbeschermingsmiddelen op welk moment toegepast werden in de teelt. Daarnaast beschermt de kledij ook tegen blootstelling aan UV-straling en tegen insecten.
Handschoenen met volgende normen worden aanbevolen:
- EN ISO 374 (Protective gloves against dangerous chemicals and micro-organisms) type A, B of C, eventueel in combinatie met EN 388 (Protective gloves against mechanical risks)
- ISO 18889 (Protective gloves for pesticide operators and re-entry workers) niveau G2, G1 of GR.
- Herbruikbare handschoenen van beschermingsniveau GR (ISO 18889) zijn specifiek ontworpen voor de bescherming van de werker bij contact met droge residuen die achterblijven op gewassen na toepassing van een gewasbeschermingsmiddel. De handpalmen en vingertoppen zijn gecoat met een chemisch resistent materiaal dat bovendien bescherming biedt tegen mechanische belasting, terwijl de ademende stof op de handrug het draagcomfort verhoogt. Opgelet, deze GR handschoenen zijn niet geschikt voor manipulatie van vochtige vegetatie. Via capillariteit zou de rug van de hand namelijk extra blootgesteld kunnen worden.
- Voor activiteiten die een hogere mate van gevoel in de vingers vereisen, worden gecertificeerde handschoenen van niveau G1 (ISO 18889) of Type B/C (EN 374-1) aanbevolen.
Bevraging over de haalbaarheid van risicobeperkende maatregelen
Zoals uitgelegd in de inleiding, is het strikt naleven en correct toepassen van de risicobeperkende maatregelen die vermeld worden op de toelating, bepalend voor de bescherming van de gezondheid van de werkers en voor de geldigheid van de toelating voor het betreffende gebruik.
In 2023-2024 stelde de Dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten een vragenlijst op om de haalbaarheid van risicobeperkende maatregelen bij (herbetredings)activiteiten in behandelde teelten na te gaan. Het opleggen van maatregelen, waarvan geweten is dat die in de praktijk niet nageleefd (kunnen) worden, zou immers tegenstrijdig zijn met de wetgeving2 en met onze taak als Federale Overheidsdienst. Op basis van de antwoorden op de vragenlijst, verkregen via de gewestelijke overheden zetelend in het Erkenningscomité en uitwisselingen met sectororganisaties, werd per teeltgroep en activiteit het maximale niveau van persoonlijke beschermingsmiddelen vastgesteld dat ‘redelijkerwijs draagbaar’ geacht wordt. Dit maximale niveau van PBM werd ofwel bepaald op basis van de huidige gangbare praktijk ofwel op basis van de aanbevelingen van sectororganisaties aan de gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. Zie overzichtstabel hieronder.
- Een aangevraagd gebruik wordt geweigerd door het Erkenningscomité wanneer de beoordeling van dit gebruik, rekening houdend met het maximaal haalbare niveau van PBM voor het relevante scenario, resulteert in een onaanvaardbaar risico voor de werker.
Daarnaast bleek uit de resultaten dat het niet éénduidig vast te leggen is welke wachttijden voor contact met het behandelde gewas zonder PBM (zoals tijdens inspectie of onderhoud) in de praktijk technisch mogelijk zijn. De realistische wachttijden zijn immers afhankelijk van de teelt, de werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden, het moment van toepassing van het middel, de aard van het gewasbeschermingsmiddel, enz. Wel geldt dat de spuitvloeistof opgedroogd moet zijn alvorens het behandelde perceel betreden kan worden (dit is de minimale herbetredingstermijn), en dat de wachttijd voor de oogst gerespecteerd moet worden. Uit onze bevraging blijkt dat beide concepten in de praktijk goed gekend zijn, al wordt soms verkeerdelijk verondersteld dat PBM na deze wachttijden niet meer nodig zouden zijn (zie Misvattingen).
- Het Erkenningscomité verleent in principe geen toelatingen meer voor toepassingen van gewasbeschermingsmiddelen waarbij een specifieke herbetredingstermijn nodig zou zijn die langer duurt dan de minimale herbetredingstermijn (nl. de tijd tot opdroging van de spuitvloeistof). Bij dergelijk gebruik zou de werker gedurende een bepaalde periode na opdrogen van de spuitvloeistof enkel het behandelde perceel mogen betreden of het gewas mogen manipuleren indien dezelfde PBM als tijdens de bespuiting worden gedragen, en dat wordt als onrealistisch beschouwd. Na deze herbetredingstermijn zouden vervolgens nog steeds basisbeschermingskledij en/of handschoenen noodzakelijk zijn bij contact met het gewas.
- Ter info, de risicobeoordeling houdt wel rekening met de mate van blootstelling aan het gewasbeschermingsmiddel waarvan waarschijnlijk sprake zal zijn onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden en volgens de goede landbouwpraktijken (bijv. opgelegde minimale wachttijd tussen laatste behandeling en oogst).
Onderstaande tabel geeft het maximale niveau van PBM weer dat ‘redelijkerwijs draagbaar’ geacht wordt volgens de huidige gangbare praktijk en de informatie die ons verschaft is. Mochten de werkpraktijken evolueren en een hoger niveau van PBM in een bepaalde teelt gangbaar worden, kan deze tabel mee-evolueren.
Maximaal haalbare niveau van PBM tijdens werkzaamheden in behandeld gewas
|
Teeltgroep |
Locatie |
Maximaal niveau van PBM dat verondersteld wordt ‘redelijkerwijs draagbaar’ te zijn tijdens herbetredingsactiviteiten met: |
||
|
Kortstondig bijv. tijdens inspectie of irrigatie |
Langdurig contact bijv. bij onderhoud |
Contact met het behandelde gewas en plantaardige producten tijdens en na de oogst (2-8u/dag) |
||
|
Graangewassen, Maïs, Industriële teelten, Voedergewassen, Grasteelt |
Open |
Basisbeschermings |
n.v.t. |
n.v.t. |
|
Suikermaïs |
Open |
Basisbeschermings |
n.v.t. |
Basisbeschermings |
|
Aardappelen |
Open |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings (Manueel verwijderen van doornappel) |
n.v.t. |
|
Aardappel-pootgoedteelt |
Open |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings (Manueel verwijderen van zieke aardappelplanten) |
n.v.t. |
|
Potatoes, Seed potatoes (post-harvest) |
Behandel |
n.v.t. |
Basisbeschermings (Hanteren van aardappelen na behandeling in opslaglokalen) |
|
|
Bieten |
Open |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings (Manueel verwijderen van opschietende bieten) |
n.v.t. |
|
Pitfruit, Notenbomen |
Open |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings (Onderhoud en uitdunnen) |
Basisbeschermings |
|
Steenfruit |
Open |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings (Onderhoud en uitdunnen) |
Basisbeschermings |
|
Besvruchten en klein fruit (lage teelt) |
Open |
Basisbeschermings |
n.v.t. |
Basisbeschermings |
|
Besvruchten en klein fruit (hoge teelt) |
Open |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings |
|
Besvruchten en klein fruit (lage teelt) |
Onder bescherm |
Basisbeschermings |
n.v.t. |
T-shirt & short |
|
Besvruchten en klein fruit (hoge teelt) |
Onder bescherm |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings |
T-shirt & short (d) |
|
Bolgroenten, Stengelgroenten, Peulvruchten, Bladgroenten, Kruiden |
Open |
Basisbeschermings |
n.v.t. |
Basisbeschermings |
|
Bolgroenten, Stengelgroenten, Peulvruchten, Bladgroenten, Kruiden |
Onder bescherm |
Basisbeschermings |
n.v.t. |
Basisbeschermings |
|
Wortel- en knolgewassen |
Open |
Basisbeschermings |
n.v.t. |
Basisbeschermings |
|
Wortel- en knolgewassen |
Onder bescherm |
Basisbeschermings |
n.v.t. |
Basisbeschermings |
|
Koolgewassen |
Open |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings |
|
|
Koolgewassen |
Onder bescherm |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings |
|
|
Vruchtgroenten |
Open |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings |
|
|
Vruchtgroenten |
Onder bescherm |
Basisbeschermings |
T-shirt & short + handschoenen (b) |
|
|
Sierbomen en -heesters |
Open |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings (Aanbinden, snoei, onkruid wieden, hanteren voor verkoop) |
|
|
Sierplanten |
Open |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings |
|
|
Sierplanten |
Onder bescherm |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings (Snijden, sorteren, bundelen, dragen, verpakken) |
|
|
Sierplanten (niet houtachtig) |
Onder bescherm |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings (Stokken, aanbinden, openzetten, verpotten, toppen) |
|
|
Sierbomen en -heesters |
Onder bescherm |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings |
|
|
Hop |
Open |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings (Onkruid wieden, verwijderen van onderste bladeren en zijscheuten, geleiden en opbinden van hop) |
Basisbeschermings (bijv. invoeren van de hopranken in de plukmachine) |
|
Druivelaars Kiwibesplanten |
Open |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings (bijv. bladverwijdering en ranken opbinden) |
Basisbeschermings |
|
Druivelaars Kiwibesplanten |
Onder bescherm |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings |
|
Productie van grasmatten |
Open lucht |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings (Oogst, snijden en manipuleren van grasmatten) |
|
|
Grasvelden voor recreatie; |
Open lucht |
Basisbeschermings |
Basisbeschermings |
n.v.t. |
(a) Alleen basisbeschermingskledij kan in de risicobeoordeling van dit scenario worden meegenomen, aangezien er geen gevalideerde blootstellingsgegevens beschikbaar zijn voor dit scenario met basisbeschermingskledij én handschoenen.
(b) De bevraging toonde aan dat werkers vaak een T-shirt en short en altijd handschoenen dragen voor deze activiteit. Echter, dit niveau van bescherming kan niet meegenomen worden in de risicobeoordeling aangezien er geen gevalideerde blootstellingsgegevens beschikbaar zijn voor dit scenario. Daarom wordt voorgesteld om de combinatie ‘basisbeschermingskledij + handschoenen’ te gebruiken als input parameter voor de risicobeoordeling van dit scenario.
(c) Geen input ontvangen voor deze teelt of taak.
(d) In tegenstelling tot aardbeiplanten in productievelden, waarvoor handschoenen niet gebruikelijk zijn tijdens de oogst, worden handschoenen wel aanvaard als risicobeperkende maatregel voor handelingen in selectie- en vermeerderingsvelden.
n.v.t. = niet van toepassing
Misvattingen
- Misvatting 1: “Indien het gewasbeschermingsmiddel zichtbaar opgedroogd is, zou het risico aanvaardbaar moeten zijn en is het perceel veilig om te betreden.”
Het is inderdaad van groot belang te wachten tot de spuitvloeistof is opgedroogd, alvorens het perceel te herbetreden. Dat betekent echter helemaal niet dat het automatisch veilig is om vanaf dan het veld te betreden zonder enige beschermingsmaatregelen. Het is immers heel goed mogelijk dat het risico op dat moment alleen aanvaardbaar is indien basisbeschermingskledij en/of handschoenen worden gedragen. Het naleven van de vereiste PBM bij contact met het gewas is dus belangrijk om het perceel veilig te kunnen betreden. Een gewas waarop de spuitvloeistof opgedroogd is, moet ook na 48 uur beschouwd worden als een ‘behandeld’ gewas, aangezien de werkzame stof(fen) of metabolieten meerdere dagen tot weken op het blad aanwezig kunnen blijven, afhankelijk van de afbraaksnelheid van de residuen op het gewas.
Tenslotte, indien het perceel betreden wordt vóór de spuitvloeistof opgedroogd is, moeten dezelfde PBM gedragen worden als tijdens de bespuiting. - Misvatting 2: “Aangezien de wachttijd tussen laatste behandeling en oogst verplicht gerespecteerd wordt, is het risico voor blootstelling bij de oogst aanvaardbaar (veilig voor consumptie = veilig voor oogst)”
Deze veronderstelling is begrijpelijk, maar helaas niet correct. Men consumeert slechts een beperkte maximale hoeveelheid fruit of groenten per dag, terwijl men tijdens de oogst gedurende 8 uur per dag in contact kan komen met residuen die zich zowel op de vruchten als op de bladeren bevinden. Een deel van deze residuen kunnen opgenomen worden door de huid en zo in het lichaam terechtkomen. Het risicobeoordelingsmodel berekent het blootstellingsrisico voor de werknemer tijdens de oogst en houdt hierbij rekening met de wachttijd tussen laatste behandeling en oogst (voor consumptie). Echter, zelfs na deze wachttijd is het mogelijk dat het risico voor de werker slechts aanvaardbaar is mits het dragen van basisbeschermingskledij en eventueel handschoenen. Het naleven van deze bijkomende voorwaarden (PBM) is dus belangrijk om veilig te kunnen oogsten.
Nota over de verantwoordelijkheid van de werkgever, risicoanalyses en PBM
Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) wordt in de wetgeving inzake welzijn op het werk beschouwd als laatste redmiddel om risico’s te beheersen.
Deze wetgeving bevat bepalingen waaraan een werkgever moet voldoen om de veiligheid en gezondheid van zijn werknemers te beschermen. Hiertoe dient de werkgever een risicoanalyse uit te voeren op basis van concrete gegevens over mogelijke blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen, zowel op het niveau van het specifieke werkproces (de werkzaamheden in de teelt), als op het niveau van het individu (onder meer om medische risicofactoren in rekening te brengen). Op basis van deze risicoanalyse dient de werkgever de meest gepaste preventiemaatregelen te treffen. Hij kan hiervoor beroep doen op experten op het vlak van welzijn op het werk, zoals een interne of externe preventieadviseur.
Preventiemaatregelen hebben tot doel gevaren en risico’s voor werknemers te elimineren of – waar eliminatie niet haalbaar is – tot een minimum te beperken. Zij volgen een welbepaalde hiërarchie. Eerst wordt, waar technisch en praktisch mogelijk, de gevaarlijke stof of het procédé vervangen door een niet of minder gevaarlijk alternatief (substitutie). Als substitutie niet mogelijk is, wordt de blootstelling maximaal beperkt via technische maatregelen (bijvoorbeeld machinaal oogsten i.p.v. manueel). Indien technische maatregelen onvoldoende zijn, volgen organisatorische maatregelen (bijvoorbeeld een wachttijd invoeren of het beperken van de blootstellingsduur). Slechts wanneer deze maatregelen onvoldoende zijn om de risico’s te beheersen, of technisch niet haalbaar zijn, kunnen PBM gebruikt worden.
Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om de werknemers te informeren over de risico’s bij werkzaamheden in behandelde teelten en hoe zich te beschermen. Hij moet voorzien in begrijpelijke instructies, regelmatige opleidingen, gemakkelijk toegankelijke en gescheiden faciliteiten om zich te wassen, eten en drinken, effectieve PBM, enz.
De effectiviteit van PBM is sterk afhankelijk van het correcte gebruik, de juiste pasvorm, regelmatig onderhoud, inspectie en tijdige vervanging. Bij de keuze van PBM moet rekening gehouden worden met de aard van de chemicaliën, het type contact, de omgevings-temperatuur en luchtvochtigheid, de duur van de taak, de intensiteit van de inspanning, de blootgestelde lichaamsdelen, de werkzone en andere risico’s (bijvoorbeeld snijbestendigheid). De uitrusting moet comfortabel zijn en hittestress vermijden. Daarnaast moet de uitrusting afgestemd zijn op de individuele werknemer, rekening houdend met lichamelijke kenmerken (zie Codex boek IX titel 2 Persoonlijke beschermingsmiddelen).
Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de aanbevolen PBM in het veiligheidsinformatieblad (SDS) van de leverancier van het gewasbeschermingsmiddel. In de SDS moet de uitrusting immers voldoende gespecificeerd worden (bijv. in termen van soort, type en klasse) om te waarborgen dat zij adequate en geschikte bescherming biedt tijdens het voorziene gebruik, rekening houdend met de stofspecifieke gevaren. De aanbevolen PBM in de veiligheidsfiche moeten voldoen aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen van Verordening (EU) 2016/425 en hun conformiteit kan worden beoordeeld aan de hand van geharmoniseerde normen.
Referenties
- Definitie volgens Verordening (EU) Nr. 284/2013 (Gegevensvereisten voor gewasbeschermingsmiddelen)
- Volgens Verordening 284/2013, sectie 7.2.3, kan een schatting van de blootstelling van de werker gemaakt worden “waarbij wordt verondersteld dat de werknemer gebruik maakt van de voor de hand liggende effectieve en makkelijk verkrijgbare beschermingsmiddelen die gewoonlijk gedragen zal worden door werknemers, bijvoorbeeld omdat andere aspecten van de uit te voeren taak dat noodzakelijk maken.”